Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OVER DEN HANDEL VAN N. AMERIKA. 51?

fhillings , en van ander koorn en meel in evenredigheid gedegen is.

Onze fchepen , zelfs van Britfche onderdanen gekopt en gevoerd , mogen evenwel niet, zelfs niet in hunnen handel met ons gebruikt worden. — Daar de fchepen van andere Natiën , door krachthebbendc wetten , die alleen door famenftemming van de drie takken van de magt der Britfche wetgeving veranderd kunnen worden, de vrijheid hebben, om alle voordbrengfel of handwerk van hun land, tot welk zij behooren, te voeren, wanneer het zelve namelijk volgends de wetten 'er mag worden ingebragt: daar is aan onze fchepen, buiten het verbod van Vreemde waren, ook nog door eene kragthebbende wet ontzegd, iet van onze eigene voordbrengfelcn , of verwerkte waren, daar heen te brengen. Eene nadere acte heeft de uitvoerende magt wel vrijheid gegeven, om het aanbrengen van onze eigene produkten, met onze eigen vaartuigen , daar heen te brengen ; maar zij kan ieder oogenblik naar willekeur weder ingetrokken worden, in welk geval onze fchepen, wanneer zij maar het allerminfte aan boord hebben, in geen Britfche haven mogen inlopen. Het nadeel van eene vrijheid, die zoo plotsling kan ophouden , bleek onlangs (den 12 April 1792) toen de officiëele bekendmaking ? dat men geltrcng met deze wet zou te werk gaan , bij onze kooplieden cene billijke bekommering, over het lot, dat de fchepen, die naar de Britfche havenen afgezonden, of beltemd waren , en derzelver ladingen zou kunnen treffen, verwekte. De Gezant van dat Hof verklaarde wel openhartig zijne perfbonlijke overtuiging , dat de woorden van dit bevel zich verder uitftrektcn , clan derzelver mening, ook gaf het ons naderhand officiëel berigt van denzelfden inhoud. Ondertusfchen was de verlegenheid op dat oogenblik reëel, en zeer groot, en de mogelijkheid van deszelfs vernieuwing, houdt onzen handel derwaards in dezelfde ongunftigc bepaling, als naar andere landen , daar maar één wetgever gevonden wordt. Ook is het onderfcheid waarlijk wel aanmerkenswaardig , dat onze fchipvaart alleen de veiligheid van vastgestelde wetten ontberen moet , terwijl deze veiligheid der fchipvaart aan andere landen wordt toegedaan.

Onze fchepen betalen in de havens van dat rijk 1 fin 11. 9 fterl. voor de ton meer , aan vuur en andere ongelKk 3 den,

Sluiten