Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OVER DEN HANDEL VAN N. AMERIKA. 513

gezouten mondkost, indigo cn walvischtraan. Onze rijst geeft 16 mills het pond, als hij met hunne eigen fchepen komt, cn nog 40 percent meer, als hij aangebragt wordt met onze fchepen, of die van anderen. Op deze wijze wordt hij te duur voor gemeen levensvoedsel, en heelt dus weinig gevraag. De Zweden gebruiken iet van onzen tabak , dien zij langs eenen omweg van Engeland nemen: ook is hij zeer bezwaard met inkomende regten, ftads-tol en accijns, als hij met hunne eigen fchepen inkomt, en wanneer wij of andere Volken hem inbrengen, met nog 40 percent meer. Volltrekt verbieden zij ons brood, visch, pot- en perl-asch, lijnzaad, teer, pek, harst, hout, (eikenhout en masten uitgezonderd) en alle vreemde manufactuurwaren. Onder zoo veel bepaling en verbod is onze fchipvaart met hun geheel tot nul weggezonken.

Ten opzigte van onze naburen, vertoont zig cene veel barder inrigtiug van zaken.

Spanje cn Portugal weigeren die deelen van Amerika, die hun toebehoren, allen onmiddelijken handel met eenige andere Natie. De waren, die over cn weder gezogt worden , tusfehen die Amerikanen en hunne Naburen, moeten, wanneer zij tegen elkander zullen geruild worden, eerst naar cene haven van het regerende land verzonden worden, cn de overvaard , tusfehen dit en den onderworpen ftaat, moet met inheemfche fchepen geleideden. Frankrijk vergunt, door een kragthebbende wet, zijne Westindifche bezittingen, onmiddclijk van ons vegetabiliën, levend llagtvee, paarden, hout, teer, pek en harst, rijst cn maïs te nemen; en verbiedt onze andere broodftofïen. Doch dewijl de uitzonderingen van dit verbod, in tijden van gebrek, aan de wetgevende magt der Ko& lonien zijn overgelaten, werd het zelve voorhenen voor eenigen tijd, doch onlangs onafgebroken , opgeheven. Onze verfche en gezouten mondvoorraad, (vcrkensvleesch uitgezonderd) komt in die eilanden, met eene belasting van 3 Kolonie-livres op de 100 pond; en onze fchepen kunnen , even zoo vrij als -hunne eigene , onze waren daar henen brengen, en rum en mclasfe wederom nemen.

Groot-Brittanjen laat, in zijne eilanden, onze vegetabiliën , levend llagtvee, paarden, hout, teer, pek en harst, rijst en broodftolfen toe, uithoofde van eene proklamatie van de uitvoerende magt, die altijd maar voor een jaar luidt, doch tot dus verre van jaar tot jaar vernieuwd Kk 4 wordt.

Sluiten