Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

32 v. w e e e r 9

die zich als uitgever van hetzelve heeft aangeboden - inliet voorbengt dit getuigenis geeft. '

„Ik heb; " zegt hij 4 „van dit boek niets te zesden hel fpreekt genoeg voor zich zeiven, In Duitsehland heeft het eenen algemeenen opgang, en in eenen ongelooflijke, korten tijd eenen tweeden druk noodzakelijk gemaakt Men heeft 'er den kundigen man, die zich zoo See 111 den geest van de oude en voor het hart toch 238 aandoenlijke Ridderzeden verplaatfen kon, niet min Ier bewonderd dan den zwierigen en vurigen Schri ve™ die z,jne Lezeren overal zien en voelen deed, wat bi 'zeIfs zag en voelde, en hen juist hier door, teinvi l h j hen enkeld fcheen te vermaken, met een der beLSiS tijdvakken uit de gefchiedenis nader bekend ,naakte dan de gefchiedenis zelve, ook na eene lange nmoei! hjke infpanmng, ,mmer zou hebben kunnen doen »

Wij hebben dit onöpgefraukt getuigenis van deii Fleer feith bij het lezen volkomen bewaarheid gevonden en den onbekenden Schrijver, die zich agter den uaam van veit weber tot nog toe verboigen heeft in ons hart denzeIfden lof toegekend, welken hij fc feffi Jand zoo billijk verworven heeft; - maar waarvan ïm dan, zegt misichien iemand van onze Lezers da dit werk m ons land dien groten bijval niet fchijnt te hebben, welken men reden had daaromtrent te ventten? wil zullen onze gedachten hier over mededcelen

Dikwis wordt een geheel werk beoordeeld, naar mite het zich m den beginne aanprijst; _ nu kan men met ontkennen, dat het eerfte verhaal, wan mede dï werk geopend wordt, in den aanvang juist iflet zeer aangenaam is voor iemand, die het voor de eerfte reize leest, om reden, dat men al vrij wat bladzijden möer voortgeJezen hebben, eer men zich eenigfinpm de historie vormen kan, waartoe de menigte vin Wo. nen daarin voorkomende niet weinig toebrengt *- had Zn inpnde/er^aHng eeneu.andere plaatfing in acht genome.n' ™/e Harpenaar bij voorbeeld voor aamrefteld w,j twijfelen geen oogenblik of het boek zou meer lezers gevonden, en veele zouden hetzelve niet moedeloos aan een zijde gelegd hebben.

Misfchien was het ook niet kwaad geweest, dat 'er vooral voor het eerfte verhaal, eene lijst van'de perïï nen was geplaatst geworden, het geen zeker niet weinig

Sluiten