is toegevoegd aan uw favorieten.

Vaderlandsche bibliotheek van wetenschap, kunst en smaak.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

446 d, c. van voorst

dit gelooft moet zeker van zaken van dezen aart we!, mg kennis, hebben. Ook wijst hij aan , dat men tol zulk een einde, zoodanigen weg niet mag inflaan! Maar zou hij met wel gedaan hebben, wanneer hii wat brce der aangewezen had , dat men dus het weigeren van voorrechten aan de Gereformeerde Kerk zoo als men dat noemt, boven anderen , in den tegenwoordigen tijd vau gelijkheid, alleen gebruikt als een voorwendfel ,Jwaaronder men toelegt, op den ondergang van het Hervormde Kerkgenootichap, wiens leden volgends hunne Godi oienliige overtuigingen zich met die déne kudde die *eker naar den fijnen cn zuiveren fmaak van kogge wezen zoude , even zoo weinig kan verëehigen, als rocl gf zien zou kunnen verëenigen, met het Gereformeerd Kerkgenootichap zoo als het thands is? Wii lebbe het als ecn Stukjen van onbedachtzaamheid , n dezen Schrijver aangemerkt, dat hij zoo vroeg & vooruitkomt dat dit eigenlijk het bedoeld uitzicht wezln zónde. De Gereformeerden weten nu, uit zijnen eiffêfi mond, .aan welke gevaren zij zijn blootgefteld.

Verder wijst van voorst aan, dat het-met de rechtvaardigheid niet'zou 'overeenkomen , de kerkeliike

goederen voor de Natie te naderen. Hij toont dat

de Gereformeerden daar op een wettig recht hebben en boven alles het recht der thands leevende Predikanten L en hij doet het onftaatkundige van zulk eenen ftap zoo' men tot denzelven komen wilde, duidelijk blijken '

Onder dit alles zijn zeer goede gegronde aanmerkingen , die verftrekken kunnen tot belangrijke bijdragen voor eene volledige Verhandeling over dit gewigtig ftuk Doch het is 'er ver van daan, dat van voorst dit onderwerp geheel zou hebben uitgeput. Sommigen van zijne aanmerkingen moesten verder uitgebreid uit dé historiën goedgemaakt, £n krachtiger aangedrongen worden. Ook gaat hij verfcheiden bewijzen, die van veel belang zijn, met ftilzwijgen voorbij. ' De natuur van de Kerkelijke goederen moest ook nader onderzocht worden , men zou dan vinden , dat bij verre niet alle dezelve, de Natie als een Godsdienftig Genootfchap aangemerkt, kunnen worden toegekend, dat zeer veelen giften zijn, aan bijzondere fteden en dorpen, die dus"ooripronghjlc aan de inwooners van die fteden en dorpen privativelnk eu niet aan de geheele Natie in wettigen onvervreemdbaren eigendom toekomen, eu ten opzichte

van