Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

a Hiflone van de Nederïandfche

den te koomen, gehouden zouden zyn te gehoorzaamen en zyne bevelen zoo ftiptelyk op te volgen, als of dezelve, hun fchriftelyk door Bewindhebberen wierden gegeeven. Welke hooge waardigheid vervolgens, door gezegde Kamer van Zeeventienen werd opgedraagen en toevertrouwt aan den braaven Zeevoogd Pieter Botb van Amersvoort,die in den Jaare 1599, voor rekening van de Brabandfche Maatfchappije, alsZeevoogd over vier Scheepen, bereids een tocht naar Ooft-Indiën gedaan, en zig toen loflyk van zynen plicht gekweeten had. Deeze Opper Landvoogd wierd daar en boven het Zeevoogdfchap opgedraagen over agt Scheepen , allen wel voorzien van manfchap, oorlogbehoevtens en van alles om eene lange reize te doen ; aan verfcheiden van het Scheepsvolk, was ook door Bewindhebberen verlov gegeeven, hunne vrouwen meede te neemen om door dien weg (was't doenlyk )een Neêrlandfche volk planting, in Ooft - Indien op te richten. En beftond deeze Vloot in de onderftaande Scheepen, als: Het Schip Amfteldam, groot 400 Laft, daar de Opper Landvoogd op was en 't welke des Zeevoogds Vlag voerde. Oranjen, groot 350 Laft De Witte en Zwarte Leeuw en Vliffingen, ieder 300 Laft Ter Goes, groot 130 Laft Ceylon, groot 170Laft, dat egter niet naar Indien béftemt was, maar naar 't Eiland Mauritius moeft zeilen, om de laading van het Schip Erafmus over te neemei!, 't welk daar lag endoor zwaarelekkagie onbekwaam was, om de verdere reize naar 't Vaderland te doen; Met welke laading, dit Schip dan moeft te rug keeren. En laatftelyk het Jagt de Brak-

Sluiten