Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

524 Hiftorie van de Nederlandfche

Raad ofce Rechters die daar over zullen zitten, by den Schryver in een boek doen aanteekenen, ende hem 't zelve terftont daar na weder voorlefen, ende vragen, ofce hy daar by blyfc, ende ofte zulks niet waarachtig is, ende zal den gevangen als dan zyn belydenifte eerft, ende daar naar door den Rechceren in het confeffieboek doen onderteekenen , ende het zelve boek wel doen bewaren ; op dat daar inne, buyten weten ende wille van de gevangen ofte Rechteren, niet verandert werde.

V I.

Indien de gevangen het feyt niet wilde bekennen, ende nochtans bleeke dat hy daar aan fchuldig is , zoo zal hy eyflchcn dat den gevangen gepynigt werde , aleer hy hem met iemant beraat, wat hy tegens den Provooft zoude mogen antwoorden.

V I I.

Zoo de gevangen het feyt vaftclyk bleef ontkennen, ende zeyde, dat hy denzelven doodflag niet gedaan hadde, e'nde de informatie zoo klaar ende fterk niet en is , dat de Provooft daar op mag blyven , als te weten , dat niemant gezien heeft, dat den gevangen het feyt gedaan heeft, ofce dat de inditien niet fufHfant zyn^ omme daar uyt vaftelyk befloten te konnen werden , dat hy het feyt gedaan heeft, zal de Provooft niet te min zyn conclufie mogen formeren na den Text van den Artykelbrief, als hier boven verhaalt is, daar by voegende , dat de gevangen arbitralyken aan den lyve, maantgelden , ende goederen geftraft ende gemulcleert zal werden , gelyk na Recht ende Juftitie bevonden zal werden te behooren.

VIII.

De Provooft zal den Artykelbrief wel doen onderhouden , ende in wel verzeekerde hechteniffe zien te krygen, die hun criminelyk verloopen , omme daar

door

Sluiten