Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3ü I. Brief, over den tegenwoordigeri

werpen verkrijgen kunnen ? Kant zegt, neen. Zijne Beftrijders zeggen, jcii Hoe dan tog? vraagt men hen natuurlijk. Hun andwoord is, doorgaands: „ door een befluit, welk gegrond is in het inzien der mooglijkheid van dat geen, wat ons in de ervaring gegeven is." Door ervaring, of ondervinding, worden ons zekere praedicata gegeven, en zijn ons dus bekend. Nu befluiten wij, zeggen zij, dat 'er eene zelffiandigheid wezen moet, in welke die praedicata zijn, fchoon wij die zelfftandigheid; door onze zinnen, niet kunnen waarnemen: om dat wij ons, zonder dit begrip, geene praedicata kunnen voordellen. Dit begrip ontflaat, derhalve, in ons, door zinlijke hoe* danigheden , die ons gegeven zijn, en die, zonder eenen bovenzinlijken grond, niet zouden kunnen plaats hebben. Zoo befluiten wij, dat het eenvoudige, werklijk, beftaat, om dat het zamengeftelde, door het eenvoudige alleen, als mooglijk kan gedacht worden. Dewijl nu het zamengefteide werklijk is, "moet ook het eenvoudige werklijk zijn: want het laatfte is de grond van het eerfte.

Men moet zig waarlijk verwonderen, dat zij, die dus befluiten, zeiven het bedrog niet bemerken, en, in plaats van den grond dier begrippen aantewijzen, en derzelver oor-

fprong

Sluiten