is toegevoegd aan uw favorieten.

Magazyn voor de critische wijsgeerte, en de geschiedenis van dezelve.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Crithk der zuivere Rede. 2233

grenzen onzer kennisfe de grenzen aller rnooglijkheid geworden? Is 'er, om dat wij geen ander beginzel kennen, ook geen ander beginzel mooglijk? — Maar ook, wanneer wij deze ftelling al eens toegaven, welke order en regelmatigheid bedoelt men dan nog, de natuurkundige, of de zedenlijke — of wel beiden? —

De eerfte Wijst ons, volgends onze begrippen van order, wel op eenen verftandigen bouwmeester, maar op verre na niet op een* zedenlijken Waereldregeerer: wel op een' grooten Kunftenaar-, maar, geenzins, op een* algenoegzamen, wijzen, goeden, liefderijken Schepper — een" heilig God. De zedenlijke inrigcing en ftrekking fchijnt dus volftrektlijk nodig, om dezen niet overzigtbaaren af» ftand, tusfchen een' waereldbouwer, en eenen God, aantevullen, Dan, hoe ontoereikende en ongenoegzaam zijn ook hier onze inzagen! Onbekwaam om het geheel te overzien, door eene beperkte ervaring voorgelicht, kunnen wij, naauwlijks* iets van die zedenlijk goede inrigting opmerken. Ja! Wanneer Wij onze ondervinding alleen raadplegen, zoude dan het bewijs, 't welk wij daaröp zouden willen bouwen, niet veeleer het voorkomen van eene fpotternij, dan vart éen grondig betoog, verkrijgen? Konde .het, II. Deel. q mö