is toegevoegd aan uw favorieten.

Magazyn voor de critische wijsgeerte, en de geschiedenis van dezelve.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uitbreidende en aantrekkende kracht, enz. 115

Bij de overweging der algemeene aantrekkingkracht , moet men, inzonderheid , op twee zaaken letten : vooreerst, op den afftand der ligchaamen, die efcander aantrekken, en, ten tweeden, op de hoeveelheid van derzelver ftofdeelen. Hier uit laten zig twee wetten afleiden, welken ik, ook voor de genen die in de Wiskunde niet geoefend zijn, duidelijk, zal trachten voorteftellen.

Wat dan de wet belangt, ten opzigte der afffanden van de zig onderling aantrekkende ligchaamen; het is bekend, dat wij, bij voorbeeld, een licht aangeftoken hebben* de, een fchrift, met des te grootere helderheid, lezen kunnen, naar mate wij ons nader bij hetzelve bevinden. Wordt de affland grooter; dan is 'er meer licht noodig, om dezelfde helderheid te hebben. Kan ik, op een' zekeren gegeven affland van het licht/ een fchrift nog duidelijk lezen; dan moet het licht, op eenen twee maaien zoo grooten afitand, vier maaien (a X 2) fterker, en op eenen drie maaien zoo grooten afftand, negen maaien (3 X 3) fterker wezen, indien ik het fchrift dan nog, met de vorige duidelijkheid, zal kunnen lezen — onderfleld ' zijnde , naamlijk, dat het licht, door geen ander ligchaam , belet wordt om zig, geH a lijk-