Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Samuël Joavnes van de Wynpersfe, enz. 25

uit den gantfchen zamenhang, dat hij hetzelve in het bedoelde onderzotk bevat. Zo dan nu de rede des Doctors, onafhangelijlc van onze zedenlijke natuur, in ftaat zij de Godheid uittevinden, en haar beftaan te betoogen; hoe welkom zullen dan 'sMans inlichtingen omtrend dit fluk aan mij en anderen wezen, wier rede, bij verre na, zoo veel niet vermag» Zo hij intusfchen zijne krachten hier aan beproeven wil; dan vergete hij vooiiil niet, dat God ons meer is dan flegts eene eerfte almagtige oorzaak der waereld ■—. dat hij ons tevens de hoogfie heiligheid is. Zelfs niet het eerlre, ik zwijge dan het laatje , kan de fcherpzinnigfte mensch voor den regtbank der Rede, op eene apodictifche wijze, betoogen.

Het laatfïe, zegge ik, kan men nog veel minder betoogen, dan het eerfte. Geen wonder! dewiljl het gantfche idé van heilig, heid, aan God toegefchreven, geheel en alleen het voordbrengzel js onzer practifche rede; en het ons onmooglijk zijn zoude, de hoogfie heiligheid te denken, en ons dezelve, in God, als verperfoonlijkt (geperfonifleerd) voorteftellen, indien wij niet, onafhankelijk van Gods beftaan , uit kracht onzer P 5 bloo.

Sluiten