is toegevoegd aan je favorieten.

Vaderlandsch woordenboek; oorspronklyk verzameld door Jacobus Kok, Twee-en-twintigste(-negen-en-twintigste) deel. K-M (-V).

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

242 OLDENBARNEVELD. (JOAN var)

lasteringen, en beriep zich, omtrent de meesien, op de ken* nisfe der Staaten zelve.

Eene uitwerking, ftrijdig met zijne verwagting, hadt' dit Vertoog van den Heere van oldenbarneveld ; het regende, wel haast, naamlooze Schriften, het een vuilaartiger dan het ander. Een derzelver, Provifioneele Opening getiteld, befchouwden de Staaten als zo kwaadaartig lasterlijk, dat zij het, bij openbaare Afkondiging, verbooden ,• en een loon van vijfhonderd guldens , aan den aanbrenger van Schrijver of Drukker, uitloofden. Om hunnen Advokaat tegen de fchendzucht nog meer te dekken, namen zij hem, om zijne langduurige en getrouwe dienften, in hunne bijzondere hoede en befcherminge. Merkwaardig is-het , dat men dit Plakaat, te Amflerdam en andere daar mede eensgezinde Steden, niet liet afkondigen ; als mede, dat de Schrijvers van naamlooze Blaauwboekjes, in de gemelde Stad, voornaamelijk hunnen gal uitbraakten.

De Waardgelders en het Sijnode waren nog de hoofdonderwerpen van raadpleeginge, doch' tot het laatfte na genoeg bellooten, wanneer 'er eene zaak voorviel, van welke, zeer fpoedig, het gantfche Land gewaagde,, en die, naar dat elk gezind was , zeer verfchïllende beoordeeld wierdt. Ik heb het oog op de gevangenneeming van 's Lands Advokaat van oldenbarneveld.

Al zints langen tijd voedde Prins maurits een heimelijk vermoeden tegen den Advokaat, als of hij eenen toeleg hadt, zijn gezag te verminderen. Dit deedt zijne Doorluchtigheid, bij wijlen, eene taal fpreeken, geenzins ftrookende met Vorstlijke welleevendhcid. Op zekeren tijd met den Staatsdienaar in woorden geraakt, hadt men hem hooren zeggen: Monfieur barneveld, ik heb mijne eer zo lief, als gij de u\vc. Aan den Advokaat was het inzonderheid te danken, dat maurtts, in zijn ftreeven na de opperheerfchappij, verijdeld wierdt; van welk gedrag hij, in zeker gefprek met de Prinfesfe Weduwe van willem den I, voor reden gaf, dat zijne Doorluchtigheid , de opperfte magt zoekende in de Vereenigde Gewesten, in Zijn eigen verderf liep. Met dit alles noemde men vier voornaame oorzaakeu, die 's Prinfen misnoegen tegen den Advokaat