Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

RHEENENSCHE VEENEN, (de) enz. 233-

onrmoet men den zo genaamden Koning, tafel, onder zes hooge boomen. De meer gemelde veidrceven Koning frederik plagt'er, meermaalen, het middagmaal te houden, om het verrukkelijk gezigt, welk men van daar over de Stad, den Rhijn en de Betuwe heeft. Het Wapen van Rheenen is een roode Burgt onder een zwarten Sleutel, op een veld var» Zilver.

Zie matthteus , de Fundat. Ecclef; & de Nobiiitate; burman , Utr. Jaarboeken ; alting , Notit. Germ. Infer. Utrechtsen Plakaat boek, enz.

Rheenensche veenen, (de) of ook wel, bij verkorting, Rheenfche Veenen, dus genaamd naar de nu befchreevenc Stad, ten Noorden van dezelve gelegen, zijn een groote plek Veengronds, uit welken zeer veele Turf gegraaven, of liever gebaggerd wordt. Tot gemak der arbeiders, en anderen, bij het Turfmaaken belang hebbende, leide men, in den Jaare 1549, hier de grondflageu van een Dorp, zedert Veenen daal genaamd; zie veenendaal.

Rheenensche veenen; zie veenendaal.

Ruoon en pendrecht, eene aanzienlijke Hooge Heerlijkheid, in het gedeelte van Zuidholland, het Land van Vutten genaamd. Hoewel eene gemeene Heerlijkheid uitmaskende, ftaan, egter, Rhoon en Pendrecht ieder afzonderlijk, in 'sLands Quohieren, aangetekend. Volgens dezelve bevat Rhoon ruim zeventienhonderd vierentwintig Gemeten Lands en honderdvijf Huizen; Pendrecht flegts iets meer dan tweehonderdtien Gemeten Lands en zes Huizen. Reeds omtrent het midden der Veertiende Eeuwe was het. Geflagt van rhoon bekend, en heeft tot aan het begin der naastverloopene Eeuwe ftand gehouden. Sints ruim honderd jaaren is de Heerlijkheid de eigendom van dien tak des Geflagts der Graaven van bentink, welke is voorijgefprooten van den bekenden gunfteling van Prinfe willem den III, onder den naam van Graave van Qqq5 Port-

Sluiten