Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i<o Roorda.

fchop van Utrecht. Het Utrechtfche Kapittel beftaat uit negen Kanunniken, den Aardsbisfchop en den Deken daar ender begreepen. Door dit Kapittel worden de Statiën met Priesters van de Janfenistifche denkwijze voorzien.-

Roorda. Een aanzienlijk Gefiagt, in den Burgerftaat, hï de P fovincie Friesland, voert nog beden ten dage deezen naam. AI vroeg vindt men dien, in 'sLands Gefchiedenisfen„ vermeld. In den Jaare 1579 leefde zekere joan roorda, wairicbijnlijk uit Friesland of Groningen af komflig , doek toen bekleed met de waardigheid van Raadsheer in 't Kamergerigt te Spiert. In 't gemelde jaar zondt hem de Prins van tarma na Groningen, om de Wethouderfebap dier Stad te beweegen tot het aanneemen der voorwaarden, op welke, volgens een Ontwerp, door den Keizer beraamd, de Vrede, tusfchen den Koning van Spanje en de Algemeene Staaten, naar 't begrip zijner Keizerlijke Majefteit, zoude kunnen getroffen worden. Doch zijn voorflag wierdt zo kwalijk opgenomen, dat de Regeering hem in hogtenis nam, en aan den Stadhouder Graave van rennenberg overleverde; deeze voerde hem na Stavoren , alwaar hij ruim een jaar opgellooten zat. Naderhand hadt hij, nog etlijke maanden, zijn verblijf van tijd tot tijd, op de Kafteelen van Loeveflein, Woerden en Rammekens. In vrijheid gefteld zijnde, verliet hij deeze

Landen. Beter gezind, jegens 's Lands vrijheid, was ka-

rel roorda, welke omtrent dien zelfden tijd leefde. Nevens popke ufkens en duko martena, was hij, in 1579, het voornaame werktuig, in de hand van Prinfe willem den I, om in Friesland te arbeiden aan het doorzetten en aanmoedigen van het Verbond van nadere Vereeniginge, 't welk, in dat zelfde jaar, te Utrecht wierdt geftooten. Nogthans wierdt hij, in 't vervolg van tijd, een ijverig tegenftreever van het Huis van Nasfau. Tegen de oogmerken niet alleen van Prinfe maurits, maar ook van Graave willem lodewïk, Stadhouder van Friesland, vatte hij arge vermoedens op. Hij meende duidelijk te doorzien, dat zij, zo niet na de hoogde magt in het Land, immers na meerder gezag ftonden, dan met de Vrijheid beftaanbaar was. Zo bij monde als in gefchrift liet'

bij

Sluiten