is toegevoegd aan uw favorieten.

Vaderlandsch woordenboek; oorspronklyk verzameld door Jacobus Kok, Twee-en-twintigste(-negen-en-twintigste) deel. K-M (-V).

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

74 ROTTERDAM.

geboodt de bevelhebbende Officier, deeze wederhoorige knaapen in verzekering re neemen. Spoedig wierdt dit verrigt, door eenige Adelborllen , een van welke , onder 't vatten, zijne hand bezeerde, aan een Ilandbijltje, 't welk een der kaerels , voor de borst, onder zijne klederen , verborgen hadt.

De Hoofdofficier, van het voorgevallene verwittigd, verfchijnt vervolgens in de Hoofdwagt, ondervraagt de gevangenen , doch fielt terflond de.wijven en kinderen op vrije voeten, maar geeft de mansperfoonen aan den Cipier ter bewaaringe over. Bij de verhooring, 's anderendaags, over hen gehouden, ontkenden zij , gefchreeuwd , gefcholden of gedreigd te hebben. Zij waren, zeiden ze, Bruiloftsgasten, en hadden een fnsfchen teug in de maag, en de vrolijkheid in t hoofd gehad. Met deeze verantwoording liet de Hoofdfchout zich te vreden flcllen ; te meer nog, zedert, uit de Buurt, ia welke deeze lieden woonden, het getuigenis was ingekoomen, dat het Handbijltje tot een gefchenk voor den Bruidegom moest dienen. Hoe 't zij, niet meer dan de opSluiting, voor een enkelen naeht, kostte deezen oproerkraaieren hun bedrijf; want, op hunne fraaie verdeediging, wierden zij ontflagen.

Spijt en verontwaardiging vervulde, ondertusfchen, de gemoederen der beste Rotterdamfche Ingezeetenen. Het ongeftraft pleegen van de llrafwaardigfle baldaadigheden verwekte, bij veelen, eenen agterdogt, die gevolgd wierdt van angstwekkende bekommernisfen. Van tijd tot tijd bleef men nog at hoopen, dat, van wegen de Regeeringe, tegen het woelend en woedend kwaad, ernflige maatregels zouden genomen worden. Doch deeze bleeven agter, en dus het uitzigt, op de hertlelliug van de rust en goede orde der Stad, van dien kant, ongegrond.

In deezen nood vondt men zich gedrongen, de zaak hooger te bezoeken. Een aantal van zevenënnegentig der aanzienlijkfte Kooplieden vervaardigden een Verzoekfchrift, aan de Heeren Staaten van Holland, waar in zij verklaarden,' niet dan fchoorvoerende tot deezen flap te zijn gekoomen; maar, Vfiimids zij, voor hunne familiè'u en medeingezeetenen, het

niet