is toegevoegd aan uw favorieten.

Vaderlandsch woordenboek; oorspronklyk verzameld door Jacobus Kok, Twee-en-twintigste(-negen-en-twintigste) deel. K-M (-V).

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SAPMA. ( DOMINICUS) 107

zijne Echtgenoote reeds verhuisd was, in eene leaig ibande wooning, ihande op het Noord, op den hoek van de Kerkfteeg. Zo min voor de Wethouderfchap, als voor veelen der Burgerije, bleef zijne komst niet lang verborgen. Wat hij, van°de eerstgenoemde, hadt te verwagten, bleek hem, reeds 's anderendaags, aan een bevel, hem, van wegen de Regcering, thuis gezonden. Bij hetzelve wierdt hem bevolen, zich niet te verftouten, binnen de Stad te prediken, oproer of vergaderingen te maaken, in eenige beleide zamenkomften te verfchijnen, of eenige Kerkelijke dienden te verrigten. Doch wanneer, op dit alles, van sapma de belofte van gehoorzaamheid aan de Heeren wierdt gevorderd, gaf hij tot befcheid „"dat hij, met Gods hulp, zich van allen oproer zoude wag1' ten, doch zich niet verder konde verbinden, omtrent hetgeen hij aan God en de Gemeente fchuldig was." Sapma verzuimde niet, bij deeze gelegenheid, zijne verwondering, over dusdanig eene aanzegging, te betuigen, voor zo veel hij nog in dienst der Gemeente, en door het Sijnode niet veroordeeld was. , Niet lang vertoefde sapma te Hoorn ; van hooger hand wierdt hij, fpoedig, na Dordrecht te rug óntbooden. Van eene geweldige opfchudding, die de geheele Stad in rep en roere bragt, ging dit vertrek verzeld. Volgens velius , in zijn Kronijk van Hoorn, zou, in het onvoorzigtig beleid van twee of drie Regenten, de oorzaak daar van moeten gezogt worden. Sapma, namelijk, op eigen kosten, eenen Wagen gehuurd hebbende, hadt den Voerman belast, hem te wagten aan de Westpoort, als zijnde van voorneemen, zich bij tijds, in den morgenftond ('t was de tiende van Maait) derwaarts te begeeven, en alzo in ftilligheid de Stad te Wasten. Anders begreepen het de gemelde Regenten. Ongeagt den raad en de waayfehuwing der Remonftrantsgezinde Ouderlingen, welke, indien men de zaaken niet voorzigtig beleide , voor onaangenaamheden vreesden, deeden zij den Stads Wagen, 's morgens ten acht uure, voor des Leeraars wooning verfchijnen. Dit wekte de aigemeene opmerking; en nog meer het bevel, uit kragt van 't welke de Wethouderfchap de Bezetting, reeds 'smorgens ten zes uure, onder de r Wape-