is toegevoegd aan je favorieten.

Vaderlandsch woordenboek; oorspronklyk verzameld door Jacobus Kok, Twee-en-twintigste(-negen-en-twintigste) deel. K-M (-V).

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

•** SONOI. (DIDERIK)

guldens gefchat, in fchuiten en onder goede bewaaring, na den Zeekant, om voorts nog eenige fteenen huizen te bemag. tigen, op welke de meeste rijkdom was gevlugt. Intusfchen was het gerugt der plonderinge gekoomen ter ooren van eenig Knjgsvolg van tteep, Stadhouder van 't Gewest, 't welk in de Lemmer bezetting hieldt. Gefterkt met eenige Huislieden,^ bemagttgen zij den Dijk, om de Sonoifchen den weg na dé mnepen af te fnijden. Deeze , hoewel flegts één tegen zes, hun verhes voor zeker houdende, zonder eenen ongemeenen «ag van kloekmoedigheid, vielen zulks op de Spaansgezinden aan, dat zij dezelven fpoedig op de vlugt dreeven. Zonder verlies van een enkelen man, bereikten zij voorts hunne fchei pen, en keerden met de veroverde goederen gelnkkiglijk in ÏNoordholland, van waar zij waren afgeftoken,

Tot eene zeer gewigtige onderneeming wierdt sonoi, in het einde des Jaars 1577, te werk gefteld. Amfterdam was toen-nog Spaanschgezind. Om deeze gewigtige Stad, voor de Staatsfchen, te winnen, zogt men nu, alle dienftige middelen te werk te ftellen. Zo wel aan de zijde van het V als aan den Landkant, hieldt men de Stad zo goed als ingefloofen? Om haar nog meer te beuaauwen, en aan de reeds aangevangene onderhandeling kragt te geeven, zonden de Staaten bevel aan sonoi, om Amjlerdam zo naauw in te fluiten, dat ?er, zonder zijne kennis of toeftemming , niets uit of binnen mogt. Met eenige Vaandelen knegten uit het Noorderkwartier aangerukt, floeg hij zich in het Karthuizer - Klooster, in 't Leproozenhuis en op verfcheiden paden en buitenwegen neder. Op de fchriftclijke vraage der Pvegenten, wie hem tot deeze onderneeming hadt aangefpoord, zondt hij een beleefd! •antwoord, dat zulks gefchied was op last der Staaten, en om te verhoeden, dat de algemeene vijand iets ten nadeeié (fer Stad zoude onderneemen; beloovende voorts veilig geleide aan de boden, welke zij na Delft wilden zenden. Dit ïiïettegenftaande hieldt men, nu en dan , over en weder, fchutjpvaarte, en wierdt 'er eenig bloed geftort. Intusfchen waren §e Regenten der Stad met zijne Doorluchtigheid, over de Voldoening, in onderhandeling, en deeze, in het laatst van 3g maand December, op zo een goeden voet gebragt, daf.de