is toegevoegd aan uw favorieten.

Vaderlandsch woordenboek; oorspronklyk verzameld door Jacobus Kok, Twee-en-twintigste(-negen-en-twintigste) deel. K-M (-V).

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TIEL.

Soopende Noormannen, voor de eerde reize, en andermaal in den Jaare 1007 of 1009, verwoest en geplonderd. Eeri -felle brand, in den Jaare 1134. leide een gedeelte, en, twee jaaren laater, een diergelijk ongeval een ander deel der Stad in kooien. Nog grooter was de ramp, weiken, in den Jaare 1420, deeze Stad, door een gelijken ramp, geleeden heeft. Niets anders fpaarde het alvernielend vuur, deeze laatde reize, dan de St. iWalèurgs- en de Se. Martemkerk, nevens het Tolhuis en nog tien burgerwooningen. Eenige jaaren naa de tweede verwoesting, hadt de Hertog van Brabant, uit handen van Bisfchop adelbold van Utrecht, onze Stad ter leen ontvangen. Reeds in den aanvang der Veertiende Eeuwe moet Tiel met muuren bèflooten geweest zijn. Want men vindt aangetekend, dat Graaf reinoud de I, in den Jaare 1304, op de aannadering der Brabanders, de Stad verlaaten en van alle haare Vestingwerken ontbloot hebbende, de burgers, in het volgende jaar, de muuren wederom hebben opgebouwd. Doch deeze ftonden niet langer, dan tot in den Jaare 1332, wanneer zij, door de Gelderfchen, van nieuws om verre geworpen wierden. Tiel dondt toen nog op zich zelve. Naa de bemagtiging der Stad, door reinoud den II, Hertog van Gelder, omtrent dien zelfden tijd voorgevallen, wierdt zij, bij het Verdrag van Vrede, kort daar op geflooten, met Gelderland voor altoos vereenigd. Geduurende de befaamde burger- of liever adeltwisten, tusfchen de B^onkhor tien en Bekerens, welke Gelderland niet minder dan die der Hoekfchen en Kabeljaauwfchen Bolland beroerden, hieldt Tiel het met de laatstgenoemden. De Heeren van valkenburg, van asperen en van arkel , allen Bronkhorstgezinden en die het met Hertog reinoud hielden, overvielen, uit dien hoofde, de Stad, in den Jaare 134Ö, als ook om dat zij het met eduard , jonger broeder, doch te gelijk vijand van gemelden Hertog , hieldt. De St. iWalburgskerk wi rdt in brand gedoken, en honderdvijfënveertig menfchen, die op den Toren gevlugt waren, verlooren 'er het leeven m de vlammen. Het dak der Kerke, 't welk, bij d.e gelegenheid, merkelijk befchadigd was, wierdt, in den Jaare i3k«, volgens andere, eerst in den Jaare 1400, wederomiherVvvvvvv 3 ueia'