Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Ifenburgfche verfchyning. §. 32. 2?

(10) Daarby is het belagchelyk, wanneer in het bericht van de verfchyning wordt gezegd, dat de Hertog de Jaarboeken hebbe iaaten nazien, en alles, wat de Geest, gezegd hadde, met de waarheid inftemmende hadt bevonden, zo zelf, dat ook 't gewaad van de begraaven Vorftin en den verfcheencn Geest onderling zeerftipt overeenkwamen. Waar zouden zulke Jaarboeken zyn te vinden?Het zydie dan gedrukt of gcfchreeven zyn, zy behelzen onwaarheeden 1) in de fterfjaaren , zo als ik boven heb aangemerkt; en, 2) nopens de doodkleeden.Dat de Hertogin haar doodhembd, eenigen tyd vóór haar overlyden heeft laaten maaken, en voor haare oogen wegleg, gen, zegt ook Hënn, (11) maar hoedanig het ware, daaromtrent is, gewis, niets byzonders in gefchrift nagelaaten. Tea dien tyde waren de doodkleeden van hoogen en laagen van eenerlei maakzel. Zo veel ftaa ik inmiddels toe, dat by Hertog

Chris.

(10) Zie die Süchjifcke Merhvürdigk. Leipz* 1724. 4to. S. 527. nota p.

(11) Loc. cit,

3 2

Sluiten