Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

34 Wedels verhaal. §. 33.

Icn zig uit vreeze; zy hoorden het Spook fpreeken, doch zonder te verftaan om dat 't gefprek in het Latyn gefchiedde. De zaak wierdt rugtbaar; men vroeg en verzogt den Predikant, om den inhoud desgefpreks met den Geest te ontdekken; doch die konde 'er nooit toe over gehaald worden. Maar de Kerklyke was, van den tyd der vcrichyninge af, aanhoudende Bedroefd, toe dat hy, door de vyandlyke Zoldaaten van een anderen Godsdienst, met eene ftompe byl dood wierdt geflagen. —

Die geheele verfchyning kan een beftoken bedrog geweest zyn , vooral, daar de huisgenooten zo bevreesd waren en zig verfchoolen, waar door hy, die onder het masker van Spcok verfcheen, des te beter gelegenheid hadt, om zyne rol, in de vermomming en kleeding van een overleeden Edelman te fpeelen. De Predikant kan ook wel, wegens de vrees, zonaauwkeurigniet cp de uiterlyke vertooning van het Spook gelet hebben; maar, om dat hy, volgens de kleeding reeds het denkbeeld van den Fdelman vormde, (volgens § 7.)zo gaf dit zyne verbeelding aanleiding genoeg, om dever-

fchy-

Sluiten