is toegevoegd aan uw favorieten.

Dagverhaal der handelingen van de Nationaale Vergadering.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

<€ E £ Y X H E i D, VRTBÊTD, BROEDERSCHAP.

BAGrVE S. H AA Ir.

DER HANDELINGEN VAN DE TWEEDE

XO^ST^L^LX. M V" M JK G JS JE X MG

REPRESENTEERENDE HET VOLK VAN NEDERLAND. K°. 686. -Zitting van Dingsdag den a6> en Woensdag den zy September 1797.

Voorzitter: A. Ploos van Amstul.

Vervolg van Dingsdag avond, den 26 September 1757.

t rvörg der Deliberatien overliet Rapport, by imonde van den Burger Reprefentant H. Gevers illn de zaak van Benjamin Ndthan de Jong uitgerkragt.

Van Manen zegt?

Als Mede-Rapponeur my conformeerende met de [gronden en conclufie van het geadvyfeerde by het Rapport : zoo moe» ik alleen een aanmerking maaken op een aangevoerd argument van den burger van Beyma , boven bet geene reeds door den Burger de Lemon daarop gereflecteerd h.

| De Burger van Beyma gebruikt als een argument, waarop hy zyne conclufie tot reje&ie van het Rapport fundeerd, het voorwendfel, als of de Kooplieden niet ignorant konden wezen, van het weder in vigeur ftellen yan voorige Placaaten, tot verbod van invoer van geverfde Lakenen; wyl niet alleen in Mey 1797, maar reeds in 1795., door het Commiité de Marine deswegen eene waarfchouwing of Notificatie was gedaan. Dan ik moet ap die Notificatie, door hem voorgeleeten, aanmerken, dat dezelve op het ptefente geval, van geen de minfte applicatie is. Die Notificatie fpreekt alleen van misbruiken, welke 'er ten aanzien der invordering van deConWooy- en Licentgelden , in 't gemeen, van alle goederen hebben plaats gehad, en ordonneert, dat men zich voordaan exadelyk zal hebben ie gedraagen naar het geen deswtgen by het Placaat van 31. July 1725. is vastgelteid en geordonneerd. Doch even dat Placaat of die ordonnantie decideetd geen enkel woord van de tegenwoordige questie. 'Er wordt alleen in de daar bygevoegde Lyst met een enkele regel gezegd wat alle Lakenen by het inkomen aan Rechten moeten betaalen, iï VIL De».

en zegt vervolgens: dat geverfde lakenen verboden zyn : maar heti decideert geenfins, wat al of geen geverfde Lakenen zyn: en dienvclgende kan de Notificatie der Marine in I795 ook geenzins verftaan worden op het ftuk der lakenen iets, ten nadeele des Requeftrants, te hebben gedecideerd. Het tegendeel bewyst ook het Commiité de Marine zelve , in haare Notificatie van den 4 May 1797. Want indien het Committé geoordeeld had, dat de voorige Notificatie van I795 reeds duidelyk genoeg was, om de buiten werking zynde voorige Placaaten weder in vigeur te ftellen , dan zou het eene dwaasheid of overtolligheid begaan hebben, met op den 4 May 1797 te zeggeri, dat men, tot dien tyd toe , by fomtnige Officieren der convoyen en licenten nog vetfeerde in den waan, dat die Placaaten ten aanzien der verboden arricuien reeds voor iange in onbruik waren. Wantzy zeggen met zo veele woorden t ,, Nac)emaal het Committé ,,tot de zaaken van de Marine is ontwaar geworden, ,,dat zodanige geverfde wollen ftoffen , weider invoer ,,by Hun Hoog Mog. Placaat van den 4 May 1663, ,,en derzelver Refoiutie van 4 Febr. 1688, («ecorfir,,mcerd by het Placaat van den 31 July 1725) binnen „deze Republiek is verboden, en welke ook opfbmmige „plaatzen, conform den geest en de letter van het ,» voorfchreven verbod, worden geweerd, evenwel in ,, eenige Departementen , onder aangifte en betaaling s,van inkomende rechten , worden ingebragt: en Dader maal deze verkeerde practyk daar uit fchynt gebo,, ren te zyn, dat zo wel de Kooplieden, als fommige „Officieren der Convoyen en Licenten, verfcren m den ,, waan , dat de voorfchreeve Placaaten, ten aanzien ,,van fomtnige der daar by verboden Artikulen, reeds „voor lange tn onbruik zouden zyn geraakt, en al„dus niet ftiptelyk geobferveerd behoeven te werden;'*. zoo is 't enz. waar uit dus biykt, dat tot op den dag van die Notificatie toe, deeze zaak neg niet klaar en duidelyk is geweest, zelfs by de Officieren der Convoyen en Licenten , • dat het dien volgende alleronbillykst zoude zyn, een particulier Koopman hes Slagtoffer te doen zyn , van de onzekerheid welke tot dien tyd toe H h had