Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

O E L Y RH El D, ? P. 1 H B I D t B R Q BOERSCHAP*

DAG-VEB.HAAI.

DER HANDELINGEN VAN DE

CONSTITÜEERENDEVERGADERING

RE PRESENTEE ZIENDE HET BA TAAFSCHK VOLK. N°. 923. Zitting van Vrydag den bo, en Maandag den 513 April 1798.

Voorzitter: M. H. Wit bols.

Vervolg van Vrydag avond, den ao April 1798.

""^"ervolgens de Burger Reprefentant C. Fis/er het woord gevraagd hebbende voor den Hamerflag, zegt:

Dat hy ook erkennen moest, da? de Burger Marcel zyn Lotgenoot in zyne uitlandigheid geweest, en by. hem b.üecd was voor etn zeer goed Patrio;, welke

1 even min ais hy, immer eenige -Penning, n ais Bataaf, uit '£ Lands Cas getrokken heeft, en welke tevens vercïmt, dat de Vergadering 'er een byzonder regaard op fhat; doch.dat hy mer-ntt alles van-oordeel was, datde Vergadering t.iet zo mild 's Lands tecringen belioorde uit te f celen: vooral niet. daar een zen groet getal ?ich

. in. dezeifde omftandigheden. bevindt, alt de burger Mar cel, dat hy deiiwiveu vermeende,i das dit advys nader b.hoorde gefteld te worden.in harden eener perfoneele Commisfie, ero rader te dienen yan confideratien en, advys.

Rant zeg*, "dat hy op htt gezegde vaa den burger Fisjer moest refiecUeren, dai de burger Marcel r.ietkonde worden befchouwd gelyk te ftaan, met zo een. groot petal anderen , als door den burger 'Fis/er is aangcïóërd; want dat de burger Marcel niet vraagt fchasereoedi'pg uit 's Lands Cas; maar betaling van zyn trac-

I tement, van October 1787. af, toen men hem vanxyne p'aans heelt weggejaagd , en van zyn post ontzet

■ tot Aprii 1795. rret tydftip, dat hy zyne Ambtsbediening weck» kunde aanvaarden; dat hy uit aanroerki"f vanoit geallegueerde, rith volkomen met bet advys

IX. BEELi

en het daar op gebouwde praeadvys van den PreHdent noest conformeeren.

C. Fisfer zegt, dat hy gaarne erkennen wilde, dat de Burger Marcel op eene willekeurige wyze van zyicn Poit was ontzet geworden, en genoodzaakt geweest hes Vaderland te vtrlaatent doch üat.zyns inzicm, daar uit niet volgde, c'at men met recht konde etfehen, dat aan den Burger Marcel het Traétement, geduurende zyne uitlandigheid, uit 's Lands Cas zou behooren te worden betaald, cm dat, het Ambt van gemclden Burger r. iet ledig gellaan hebbende , geduurende zyne gemelde afwezigheid , zyn opvo'gf r voor Ce waarneming van hetzelve was betaald geworden ,700 dat in eff. dte het Land aan den Burger Marcelatekh ê.trgoeding, waaremtrendeea zeergrootaantal, in navolging van dien Burger ,zoude kunnen aanfpraak maken, zou toekennen; en dat het voor het ovr'ge , naar zyn irzien, "hetzelfde wzs, of iemand, bet Vadeijand hebbende moeten vetlaaten, zyn Ambt had veilooren, zou. als meergemelde Burgtr Marcel in het geval was geweest,, dan of iemand andets van zyce praéiy kof eenige andete affaire was beroofd geworden; dat hy derhalvea als t'og herhaalde, zich met het advies siet te kunnen cor.foini.eren, maar dat het nader behoorde Commisfö» riaal gemaakt te woiden.

De Lemen zegt, dat hy ook vernemende, dat de zaak van dei. Uurgcr Marcel met die van anderen , waarover

by* 'de brp.iaiirg ee<tr algemeens fcbaêvergceifog «al moeten yvordtu b.üist, net konde befchouwd worden gelyk ttë SfiS, en dat hy zich. dus zeer wel met het advys van h» ïfaeJPr^eftii't A iminiftiatief Beftuur Van Hoilaad konde conforme*tea.

Kosyner.burg zegt, dat daar de zaak van den Burgtr Marcit var» tecên and-, ren aan is, dan die. dei andere V v ? Bi-

Sluiten