Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BREUKEN. 2<)

ik nog aan te merken, dat zij in eigenlijke en oneigenlijke onderfcheiden worden : want wijl een breuk volgens haare bepaaling (§. 47. J eigenlijk altoos eene grootheid uitdrukt, die minder dan de éénheid, of kleiner dan een geheel is, zo worden alle zodanige breuken van welke de teller kleiner is dan de noemer, of die minder dan één zijn, eigenlijke breuken genoemd, dus zijn, | , -|, '|, '|' enz. eigenlijke breuken; maar wanneer de teller gelijk of grooter is dan de noemer, zo dat de breuk een o-eheel, of meer dan een geheel bedraagt, dan noemt men het eene oneigenlijke breuk, gelijk ^, l of J, |, y enz.

§..87. L. Oordeel, Meester! of ik U begreepen heb. — Als ik alle deelen neem, waar in het geheel gedeeld is, dat is, als ik, wanneer het geheel in 4 gelijke deelen gedeeld is, alle die 4 dceien zamen, of % neem, dan neem ik het geheel zelv dus is i gelijk aan een geheel, of aan de éénheid' cn daarom geene eigenlijke breuk; maar als ik van die 4 gelijke deelen maar 3 neem, of \, dan heb ik minder dan een geheel, daarom is \ eene eigenlij. ke breuk; dan als ik 7 zulke vierde dceien van een geheel, of| neem, dan heb ik vooreerst % of een geheel, en dan nog \ daar boven, dus o*ok eene oneigenlijke breuk, (§. 86.) maar waarom zeg ik dan niet liever 1 geheel en \, of fchrijv met een gemengd getal, fj. 85. ) i|?

§. 88. M. Gij hebt dit aan uwe keuze om het onder de gedaante van een gemengd getal te fchrijven, of niet; dan het gebeurt niet zelden dat men de gemengde getalen, in reekenkundige bewerkingen, onder de gedaante van oneigenlijke breuken noodig heeft; ook komen zij in den daffelijkfchen omgang dikwils voor: bij voorbeeld, men is gewoon

Sluiten