is toegevoegd aan uw favorieten.

Reekenboek voor de Nederlandsche jeugd [...]. Uitgegeeven door de Maatschappij: tot nut van't algemeen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

102 DEELING.

§. 289. L. Gij zult echter zo goed zijn van mij ook deeze regelen te leeren, hoop ik, Meester!

§. 290. M. Ik zal U die voor zommige getalmerken geeven, doch niet voor alle, wijl ons dit tc ver zoude afleiden.

1. Alle getalen, waar van het laatfte getalmerk even is, zijn door 2 deelbaar; om dat eene tienheid, of 10, door 2 deelbaar is. — Dus het zij 'er dan bij het voorgaand getal eene tienheid overfchiete, of niet, de tienheid is door 2 deelbaar, en het laatfte getalmerk is, volgens de onderftelling, door 2 deelbaar; derhalven is ook de tienhcid + het laatfte getalmerk door 2 deelbaar.

2. Zo zijn alle getalen, waarvan de twee laatfte getalmerken door 4 deelbaar zijn, geheel door 4 deelbaar, wijl ieder honderdheid, of 100, en daarom ook 200, en 300 door 4 deelbaar zijn: want, voorts is het bewijs als boven omtrent de tienheid.

3. Alle getalen , van welke de drie laatfte getalmerken door 8 deelbaar zijn, zijn geheel door 8 deelbaar om gelijke redenen, als boven omtrent de tienheeden en honderdheeden getoond is: want, iedere duizendbeid is door 8 deelbaar, bij gevolg ook één, of meer duizendheeden + de drie laatfte getalmerken.

4. Alle getalen welke met o, of met 5 eindigen, zijn door 5 deelbaar; om dat het alle juiste veelvouden van 5 zijn, gelijk uit den oploop deezer veelvouden 5, 10, 15, 20, 25, 30, 35, 40, 45, 50 enz. duidlijk blijkt.

5. Alle getalen , van welke de fom der getalmerken door 3 deelbaar is, zijn ook zelve door 3 deelbaar; dus is 1791 door. 3 deelbaar , het

geen