is toegevoegd aan uw favorieten.

De vrolyke zanggodinnen, of Mengelwerk van vernuft

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

FABELEN EN VERTELZELS.

sa7

Eerwaarde Vader! 'k moet verklaren,

Ik (preek zoo als liet by me leidt,

Dat wy, wanneer we ons (amen paren, *t Vclmaaklfle voorbeeld zyn der goede Geestlykheid. Hoe! vraagt de Kloosterling, wat wilt ge daarmeezeereen? Gun, was het antwoord , dat ik't nader uit moog'leggen. Gy doet gelofte van: een' armelyken ftaat :

Ik ben behoeftig in derdaad.

TOETS VAN GEVAAR OP ZEE.

'Men 1 ad een' Priester, die, naar vergelegen (treeken,

De woeste Zee zou overfteken,

Gezegd dat hy geen bange vrees, Hoe hoog ook 't woelend water rees, -Hoe zeer in feilen (torm de golven mogten woeden,,

Voor fchipbreuk of vergaan moest voeden,

Zoo lang als 't fcheepsvolk vloeken bleef,

Maar wel, indien 't onltuimig weder

Matroozen zelfs tot bidden dreef,

Indien ze elkae'r bedeesd en teder ^•Omhelsden, als voor 't laatst; en de een den ander' bad,

A's waar' men op den rand van 't leven, fToch al het kwaad, dat hy voorheen bedreven had, /Van gantfeher .harte voor zyn derven te vergeven.

De Priester ging met deze les lAan boord, en (lak iu zee : het duurde eea uur of zei

K 6 Dac