Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

»34 FABELEN EN VERTELZELS»

Hy kreeg een grootfchen gek, door ydle waan verwilderd,En toen getuige van die lezing, by het oor: De Kwibus prees het werk: hy fprak van juiste trekken, Van froute taal en regten toon; Maar kon, in al dat ware fchoon,

Geen beeld, dat hem geleek, ontdekken.

De Man was van verwaandheid gek,

En fleekebiind voor zyn gebrek.

Hy hoorde met verwaande zotten, Nooit zonder mee te doen , en Ook te lagchc-n, fpotten.. Hy vroeg, al roemende op zyn zugt voor Poëzy,

Den Digter vriendlyk om Kopy Van 't Stuk, van 't Meesterfluk, dat nu was voorgelezen» De Digter antwoordt, met een uirgeflreken wezen, Kopy, myn Heer, Kopy'- die zegt voor u niet veel.

Myn lieer is zelf 't Origineel.

Een valfche fpeler wist oplettend te bezorgen Dat, by het geven van de Kaart, De beste werd voor hem bewaard.

Juist zag men dat de Vriend een blaadje hield verborgen» 't Gezelfchap werd geweldig gram, Zooras het dit bedrbg vernam.

Men greep den karei aau: hem hielp geen tegenfnappen.

Hy moest de kamer uit; en, tot zyn bitter kruis,

HAAGSCHE MI C H IE L.

Was

Sluiten