Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

FABELEN EN VERTELZELS.

a35

ï Was juist het fpeelvertrek het hoogde van het huis. 1 Men gooide dan den Vriend knaphandig van de trappen. »t Scheen dat hem 't goed geluk niet gantsch verlaten had.

Toen hy beneden was gekomen, ' Vond hy zich nog 't gebruik der beenen niet benomen. Hy Mond ten eerden op, en koos het hazepad.

Zyn kopfluk had wel 't meest geleden: ', !Zyne oogen waren blaauw: zyn aanzigt was bebloed:

In 't vallen liet hy pruik en hoed. ;Hy liep verlegen voort, met overhaaste fchreden. :Een, die hem kende, kwam hem tegen, deed hem daan,

En fprak zyn' ouden makker aan, lOm de oorzaak van zyn fchrik en wonden, na te vragen.

Hier kreeg de lyder heul in fmart:

Hier gaf hy ruimte aan 't zugtend hart,

Door aan een' vriend zyn' nood te klagen.

Dit deed hy met een fchreyend oog: En de ander was gereed om goeden raad te geven. Man, zei hy, hebt ge lust om met vermaak te leven»

Zoo fpeel tog nimmer weer zoo hoog.

LORD B . .. . AAN DEN KARDINAAL WOLSEY.

Toen Engeland, jeeds lang geleden, Den agtften Henrik Koning zag, Verkogt een Lord, wien ik niet noemen kan of mag, Eene enkle van zyn Heerlykheden;

Waarin

Sluiten