Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

l8cj FABELEN EN VERTELZELS.

Een Muil ftond op den fta! by volle kribben ftil,

En roemde als had hy niet voor 't moedig Paard te wyken

In 't draven naar de grootfte kunst. 'kBen (fprak dit trotfcheDier) uit goed geflagt gefproten, 'k Ben edeler van aart dan al myn tydgenooten,

En, wint het Paard zyns meesters gunst, Door fpringen, rennen , wenden, keeren, Ik heb dit van natuur", en hoef het niet te leeren. Doch eindlyk werd de Muil de Renbaan ingeleid;

Daar bleek zyn droevig onvermogen.

Hy vond, met welk een onbefcheid Hy, korten tyd geleén, dorst op zyn gaven boogen.

Hy kan geen enklen fprong of draf

Der Hengften naar behooren volgen.

Toen lag het Dier zyn trotsheid af, En fprak, als waar' het op zich zelf verftoord,verbolgen: Nu merk ik dat ik vast voor Paarden wyken moet, Dt heb te veel van 't Ezelsbloed.

DE EENDEN EN DE ZWAAN.

.Aan d<; oevers van den ftroonvMeander Vergaarde een talryk heir van Eenden by elkander.

Men hoorde , met gering vermaak , By dien beroemden vloed, hun rusteloos gekwaak.

zy

Sluiten