is toegevoegd aan uw favorieten.

Nederduitsch taalkundig woordenboek.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

A n.

241

amphora afkomftig. Het oud fr. anche en ancere, en het latere lat. anceria, komen in dezelfde beteekenis voor. ANKER, z. n., 0., des ankers, of van het anker; meerv. ankers. Een' bekend ijzeren werktuig, waardoor een fchip tegengehouden wordt — boeganker, plegtanker, ftopanker, tuianker, vertuianker, werpanker: het anker werpen, of laten vallen, het aan zijne eigene zwaarte 0verlaten , opdat'het in den grond der zee zinke. Foor anker liggen, ook figuurlijk, voor, op zekere plaats ftil ljggen, en op iets wachten. Ten anker komen, het. anker uitwerpen. Het anker ligt en, het weder in de hoogte winden. Het anker kappen, het ankertouw afhouwen. Foor zijn anker rijden, voor anker liggende op en neer geflingerd worden. Het anker jlepen, voor anker drijven, wordt gezegd, wanneer het anker niet vast in den grond hecht, en door het fchip medegelleept wordt. Figuurlijk' wordt het woord anker genomen voor alles, wat vastheid en zekerheid verfchaft, 'en als een zinnebeeld van ftandvastigheid en gelatenheid. Wanneer aan de Hoop een anker toegefchreven wordt, zoo beteekent dit niets anders, dan dat deze gemöerisgefteldheid ons, in wederwaardigheden, opbeurt en onderfteunt: hij is het' anker mijner hoop. Het anker onzer hoop op een toekomend leven is in eenen vasten grond gehecht.

In de bouwkunst gebruikt men het woord anker, om de 0vereenkomst in uiterlijke gedaante, voor een ijzer, dat in de muren gelegd wordt, om derzelver vastheid te bevorderen. ■

In gemeenzame verkeering is de fpreekwijs gebruiklijk.: hij is zoo vet als een anker/lok, ook als een fpaansch anker, d. i. zoo mager als een hout.

Anker, hoogd. Anker, angelf. ancer, ancre, eng. anker, fp. ancla, ital. ancora, fr. ancre, pool. ankra.

Gemeenlijk acht men den naam van dit, in de fcheepvaart, zoo onontbeerlijk, werktuig van het gr. en lat. xywpx en ancora afkomftig; doch L. Ten Kate leidt dit woord van het oude anken af, dat in de beteekenis van in 'den grond liaan, vast hechten, gebruiklijk geweest is; Jchoon hij het tevens twijfelachtig ftelt, of het lat. anco-' ra niet wel de moeder van ons anker , of dat ook dit met het onze van eenen zelfden ftam afkomftig zij.

Anker heeft verfcheidene zamenftellingen, als ankerarm , ankerhand, ankerkruis , ankeroog, ankerring, anker fchacht, ankerfchoen, anker fteel, ankerftok, anker talie, ankertouw enz. ,

Q 3 AN-