Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ban. 287

is niet in gebruik. Een, weleer, zeer gebruiklijk woord van eene uitgeftrektc beteekenis, welk al datgeen aanduidde , waardoor de vrije handelingen van den menseh bepaald worden, deze bepaling zelve, en eindelijk de daardoor bepaalde zaak. Al deze beteekenisfen, welken bij Kil. voorkomen, zijn genoegzaam reeds verouderd, en het woord wordt, thands, meest gebezigd, om de uitfluiting van de godsdienfh'ge gemeentchap aanteduiden, welke de ban, of kerkeban, genoemd wordt, en in den zin van geregtlijke verwijdering van zekere plaats, of den wereldlijken ban. Met eeuwigen, of tijde/ijken tan. Hooft. In den ban doen. Regtsgebied, gcregtsban : die de wateren van de laeghte jcheidcle en ftootze binnen hun nen ban. Vond.

BANBLIKSEM, z. n., m., des hanblikfems, of van den banblikfem; meerv. tanblikfems. Figuurlijk voor den kerkeban: iemand met den ban'.likfem bedreigen.

BAND, z. n., m., des bands, of van den band; meerv. banden. Vcrkleinw. bandje. Van binden. Alles, wat dient, om andere dingen te binden, of te verbinden. Armband, halsband, koufeband enz. Den hond aan eenen band leggen. Een ijzeren band om het wiel van den wagen. Een breukband. De band van eene broek. De band van een boek. De banden, waarmede een misdadige plagt gebonden en gepijnigd te worden. Van hier buiten pijn en banden. Figuurlijk wordt he.t woord band gebezigd , in de fpreekwijs iemand in den band houden, bedwingen. Zoo ook de band der vriendfehap, des hmvelijks, des vredes enz.

Van hier ook de fpreekwijs door den band — zij zijn door den band zoo, de eene is zoo als de andere; waarvoor men, in de daaglijkfehe verkeering, genoegzaam altoos , door de bank hoort zeggen , het welk echter door Tuinman en anderen afgekeurd wordt.

Band, bij Ottfried en , Notker band, pand, is een oud woord, dat in alle met de nederduitfche verwantfchapte talen aangetroiFen wordt. Banda, handellum, bandum, bandus, en anderen, komen in het latijn der middeleeuw , in velerlei beteekenisfen, voor. De Franfchen hebben van daar, waarfchijnlijk, hun bandage, bande bandeau, bandelette, b ander, bandereau enz., om van geene andere talen te fpreken. In het perfifche is bend, een band, en banden, binden; en eene gelijke beteekenis beeft het hebr.

V BAN-

Sluiten