Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

480

K Ei

Erf bcftet eens V poppegocdt,

foo ketelt haer ghemoedt. Gesch. •Van hier ketelachtig: ketelachtig van gehoor. Bijbelv.

KETELIG, bijv. n. en bijw., keteliger, keteligst. Hetzelfde als kittelig, doch In den onéigenli.ken zin alleengebruikelijk: nu vreesde ik, dat mijne konstfeilen ketelige kenners zouden affchrikken. M. L. Tijüw. Een ketelig kenner is daar iemand, die al te kiesch is , wiens fmaak niet ligt voldaan kan worden. In het gemeene leven zegt men: dat is eene ketelige zaak, eene bedenkelijke zaak, die met behoedzaamheid moet behandeld worden. Zoozegt Hooft: de keetelighfte zaaken door '/ intoomen van hartstochten met taaije lijdtfaamheit beleidt. Zie ig.

KETELSTREELEN, bedr. w., gelijkvl. Ik ketelftreelde, heb geketelftreeld. Met kittelend vermaak ftreelenï 't geen krabt en ketelftreelt. Oudaan.

KEIEN, (.keeten) z. n., vr., der, of van de keten; meerv. ketenen. Verkleinw. ketentje. Het woord beduidt, eigenlijk, eene verzameling van eenige, in eene rij verbondene, dingen. Zoo noemen, wij eene lange reeks van aan elkander ftootende bergen, eene keten van bergen, eene bergketen. Voor de ganfche ichering opliet weefgetouw: terwijl het wijf het /poel fckiet door de keten, enz. Vond. Het laken fchietfpoel ruischt door ePaengefftanne keten. Vond. Eene rij ijzeren, koperen enz. fchakels, tot allerlei get»ruik : gelijk de eerfte fchakei eene lange keeten nafleept. Vond. Slaaflche boeijen: hij ftrijkt hem een bloedige keeten van den hals. Hooft. Èn wij 'Ellendige, wij vast aen deze keeten. De Di.cker. Slavernij: iemands ketenen verbreken. Banden der gevangenen: daer hij m€t ketenen gebonden - was. Bijbelv. Waarmede iets anders gebonden wordt: de hond lag aan de keten. Ketenen, die tot" fieraad gedragen worden: met een keten van uwen hals. Bijbelv. Eene goude keten. Vond. Fig., fterke banden : geboeid in de ketenen van onreine lievde. Frantzi n. Eene 1'chakel van onmiddellijk aan elkander hangende dingen, waarvan het eene in het andere gegrond is; in eenen goeden zin : de geheele keten der bijbel fche godgeleerdheid. Dit breekt de keten der gefchiedenhfen. Meest, echter, gebruikt men het van eene rij aaneengefchakelde , onaangename dingen: eene keten van leugens, lasteringen en ongelukken. Ik zie, in de toekomst, niets dm eene keten van elkander opvolgende

ram-

Sluiten