Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

346

O M.

om en dóen: ik deed om, heb omgedaan. Los omwinden: doe er em doekje om. Een wijd kleed omhangen; deden Jij hem eenen purperen mantel om. Bybelv. Zie aandoen.

OMDOLEN, onz. w., gelijkvl. Van het fcheidb. voorz. om en dolen, ik doolde om, heb omgedoold. Omdwalen: het land omdolen. Eer ik was heengetogen en verder om ■ gedoold. N. Versteeg. Oneig.: wij zouden in volfirekte hoopeloosheid omdoojen. Frantzên, Van hier: omdoling.

OMDOUIVEN (omduwen), bedr, w., gelijkvl. Van het fcheidb. voorz. om en douwen: ik douwde om, heb omgedouwd. Met eenen douw omftooten, omzetten. OMDRAAI, z. n., m., des omdraais, of van den omdraai; meerv. omdraaijen. De daad van omdraaijen. OMDRAAIJEN, bedr. én onz., w. gelijkvl. Van het fcheidb. voorz. om endraaijen: ik draaide om, heb en hen omgedraaid. Bedr., in eene tegengeftelde rigting draaijen: de kraan van eene koffykan omdraaijen. Draai mv hoofd eens om. Eene duif den nek omdraaijen. Om zijne as draaijen: een rad omdraaijen. Al draeit de wijzer kort den dag om. Vond. Zich omdraaijen. Fig>, veranderen: daer uwe meening de geheele werelt omdraeien wil tot een ongemeen groot gasthuis. Overzett.

i VAN Herv. Onz., met zijn, om zijne as bewogen worden : de molen draait om. Eer d' aerde op haren as om» draeide. H. Schim. Oneig., uit wankele grondbeginfels en om eigenbelang, in het. openbaar, zich anders dan voorheen, gedragen; in den vertrouwelijkeu ftijl: hij is omgedraaid. Van hier: omdraaijing.

OMDRAGEN, bedr. w., ongelijkvl. Van het fcheidb. voorz. om en dragen: ik droeg om, heb omgedragen. Dragend ombrengen, overal met zich dragen: daer gij niets omdraegt dan uw fterflijkheit. H. Schim. Mijn grootvaar worde den aardkloot omgedragen. J. de Haes.

OMDRAGT z. n., vr., der, of van de omdragt, het meerv. owdragten is niet veel in gebruik. Het omdragen : de omdragt van den geheiligden ouwel'. Zij heeft plegtige omdragten van hetzelve ingefleld* . Hamelsv» van om en dragt. '

OMDRAVEN, onz. w5, gelijkvl. Van het fcheidb. voorz,

' om en draven; ik draafde om, heb en ben omgedraafd.Op eeaen draf omloo^en: hst paard heeft lang omgs* > -Vvj| .vt v.,t., i ü a > tl / '•• draafd.

Sluiten