Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

O o s. 679

OOSTEN, z. n., 0., van het oosten; zonder meerv. Die hemell'rreek, die tegen het westen overftaat, in het gemeene leven doorgaans '/ oosten: de zon komt in 't oosten op. Wijs mij 't oosten eens. Naar 't oosten. Tegen't oosten. Ten oosten. Vond. en de Bybe'.v. zeggen ook uit tien oosten; misfchien voor het onaangename uit den oosterse. Oul. liet men het lidwoord ook weg: En doe jij toghen van oosten. Bvb. 1477. in het bijzonder dat gedeelte der wereld, dat beoosten da middeilandfche zee ligt, de Levant: het geurrijk oosten zag, in zijne vruchtbre dalen enz. Br. a Brandis. Met meerdere bepaling, dat gedeelte, oat beoosten Palestina lag: het drietal, dat van V oosten zich boog voor d' arme kribbe. Vond. Met uirerfte gewest van Azie ten oosten : op dat hij zijne heerfchappij met de% Oceaan, en d' uiterjle deelen van 't Oosten bepalen zoude. BógaeRT. Overmits Salomons fchepen dan ruim zeshondert en dertig jaren voor hem den fteven naar 't Oosten zouden gewent hebben. BógaeRt. Zamenftell.: oostenrijk, oostenrijker, oostenrijksch. OOSTER, zie oost. Bij Kil. komt nog voor ooster, oosteren, oosterdagh. In het hoogd. is het een zeer gewoon woord die ö'stern. Het beteekent het feest van Jezus opftanding, bij ons, met den Joodfchen naam, paaschfeest genoemd. En dewijl het paaschfeest meest in de maand April valt, droeg die maand oul. den naam van oostermaand. Bij Ker. oostrun, ostron, Otfr. estoron, angelf. easter, ost er , ostor, eng. easter. Kil. leidt het van Eoster, Eostra, den naam eener oude Sakfifche Godin,af, bij de oude ZwedenAstargijdia geheeten, de Griekfche en Romeinfche Venus, dezelfde Godin, welke de Sijriers en Sidoniers Astarte noemden, naar de getuigenis van Suidas, uit het hebr. Astaroth. Wachter brengt het tot het Goth. urreiflan, oprijzen, opftaan, en het angelf. arijste, opftanding. Adelung leidt het af van oost, ooster, inzoover daarin een algemeen denkbeeld van opheffen, opgaan, opftaan ingefloten is. In het Angelf. is est de oorfprong.

OOSTÉREN. onz. w., gelijkvl. Het oosterde, heeft geoosterd. Een woord der zeelieden: het kompas oosten, wanneer de naald, onder fomraige hemelllreken, Xx a niet

Sluiten