Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«3.6 T w ij.

fteldhcid van iemand, die ergens aan twijfelt: het lijdt geenen den minden twijfel. Ik Jta in twijfel, of i- gaan zal. Hij houdt ze in >'wijffel met zijn treken. Vond, Zonder eenighen twijfel. Hooft. Buiten allentwlifel. Bui en twijfel, en zonder twijfel, worden , even als ongetwijfeld , voor gewisfelijk gebezigd. Van hier twijfelachtig, twijfelig, Kil, — twijfelmoedig, twljfelvol, twfjjèlzinnig, enz.

Twijfel, "Ril. twijfel, tweifffel, hoogd. zweifel, Ottfrid. zuivul, Kero z ifal, nederf. twivel , zweed, tuifvel, komt van twijfelen. TWIJFELAAR, zie twijfelen,

TWIJFELACHTIG, bijv. n. en bijw., twijfelachtiger , twijfelachtigst. Van twijfel en achti.; , zie achtig* Aan twijfel onderhevig: het fchijnt mij nog twijfelachtig. Als bijw., op eene twijfelende wijze: hijljtaker Jleeds twijfelachtig van. Van hier twijfelachtigheid.

TWIJFELBAAR , bijv. n. en b'ijw., twijfelbaarder, iwljfelbaarst. Van twijfelen en baar, zie baar. Dat betwijfeld worden kan: het is thans niet meer twijfelbaar. Van hier twijfelbaarheid. Zamenftell.: ontwijd felbaar, ontwijfelbaarheid.

TWIJFELEN, onz. w,, gelijkvl. Ik twijfelde, heb getwijfeld. De waarheid, wezenlijkheid , duchtigheid, van iets, niet voor uitgemaakt houden: ik twijfel, of het zoo wel is. Die twijfelt, of 'J geval van hemel, aerde, en zee, een baiert brouwen zal. Vond Twijfelt gij daaraan nog? hinkt gij daaromtrent nog op twee gedachten. Van hier twijfel, twijfelaar, al wies twijfelt, bijzonderlijk al wie zulks in Godgeleerdheid, of wijsgeerte , doet. Ook noemt men elders boter , welke nog iets van den hooifmaak heeft, en geen zuivere grasboter is , twijfelaar. Zoo ook leer, dat van een nog niet volwasfen rundis: zuigers en twijfelaars. — Twijfelbaar , twijfe'ing. Zamenftell. : twijfelzucht, enz. Betwijfelen, ongetwijfeld, vertwijfelen, enz.

Twij elen , zweed, twifla , Ottfrid. zuivolon , hoogd. zweifeln, fchijnt verwant aan wei,telen, en komt intusfehen eveneens van twee, als het zweed, tveka , angelf. tweogan, twigan, dat oulings eveneens twijfelen beteekende, en als het lat. dubitare, gr. hafyiv, van duo, ha, afftamt. Twijfelen is eigenlijk tusfehen beide hangen.

TWi|-

Sluiten