Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

y d ij Vul. $f$

VUILNIS, anders vulnis, en in de gemeenzame verkeering, vullis, z. n., vr., der , of van de vuilnis $ zonder meerv. Onnut, wegwerpfel van verfchillende dingen, vuiligheid, drek, enz. De vuilnis .opfcheppen. Zamenftellingen: vuilnisbak, vullishok, vuilnishoop, vulhshoQp, vuilniskar, vulliskar, vuilnisman, vullisman, vuilnisfchop , vullisfchop , vuilnisjchuit, vullisfchuii, vuilnisvat, vullisvat. Het woord vuilnis wordt ook in de beteekenis van fchande of blaam gebezigd , als bij Hooft , De Staten hadden hem den naam van atgemeenen Lantvoogt gegeven, om , onder dat dexel hun vuilnis op hem te werpen.

VUILNISBAK, z. n., in., des vuilnisbaks, oïvan denvuilnisbak; meerv. vuilnisbakken. Uit vuilnis en bak. Een bak , waarin men vuilnis bergt, of bewaart.

VUILTE, zie vuil.

VUIST, z. n. , vr«, der , of van de vuist ; meerv. vuijlen. Verkleinw. vuistje. Eigentlijk de toegeflotene hand. Met vuijlen flaan. Met den degen in de vuist eene fchans veroveren. Deze fpijs dient hem als een vuist in zijn oog, d. i. kan hem zeer fchaden. In zijne vuist om iets lagchen, d. i. heimelijk en boosaardig over eene zaak zich verheugen: de grooten loegenin de vuist. Hooft. Figuurl.: voor de vuist zijn, openhartig zijn. Hij is altoos voor de vuist, d. i. opregt. Voor de vuist fpreken, d. i. zonder zich te voren bedacht te hebben. Hij heejt de gave van vlot voordevuist te fpreken. Ook wordt dit woord gebruikt in de beteekenis van eenen dikken ijzeren hamer; als: iets met eene vuist aan jlukken flaan. Zamenftell. : vuisthamer , vuistlook, een ftoot, of fiag met de vuist , vuistflag , vuistvechter, vuistvol, enz Voorts fchijnt het woord vuist van vatten en vast afteftammen.

VUISTHAMER, zie vuist.

VUISTLOOK, zie vuist.

VULLEN, bedr. w., gelijkvl. Ik vulde, heb gevuld. Van vol. Vol maken: eene kan vullen, een glas vuljen; eene lantaarn vullen. Beddenvullen. Van hier vuler, vulling,vulfel. Zamendell.: volmolen, vulwoord, ftopwoord, vulaarde, vulbier, invullen, opvullen, enz.

VULLIS, zie vuilnis.

VUL TE, z. ik, vr., der of van de vulte j zender meerv.

Vol-

Sluiten