is toegevoegd aan je favorieten.

Het vaderland.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

424 WILLEM III. DE WITTEN.

onderhandeling'getreden, kon men de eifchen niet inwilligen. — 't Gemeene Volk begeerde f-n verkreeg de verheffing van den Prins ; zyne waardigheden werden naderhand in de manlyke nakomelingen erflyk verklaart. De Raadpenfionaris , een Ambtenaar voor vyf jaren , maar gewoonlyk aanblyvende , Jan de Wt, opziener van 's Prinfen opvoeding, werdt gewond, — de Ruwaard van een toeleg op 's Prinfen leven befchuldigt, gegrepen, zwaar gepynigt , en niets belydende, zonder uitdrukking van misdaad van zyn Ambten ontzet en gebannen. De Raadpenfionaris hadt reeds zyn Ambt afgeftaan, en werdt by zyn Broeder op de Gevangenpoort ontboden; 't is bekent hoe zy hier beide vermoord zyn, en dat des Ruwaards befchuldiger, voor zyne dienften , van den Prins een Jaargeld kreeg. De Haag , zonder Koophandel , verblyfplaats van den Stadhouder, welvarende by de pracht der Plof houding, is hem byzonder toegedaan. Oproeren en veranderingen der Wethouderfchap, werden nu, gelyk meermaal, te werk geftelt. De Franfchen , onder Lodewyk, plunderden en verbrandden de Hollandfche Dorpen Zwammerdam en Bodegrave, waar van in een bekent Boekje veel gelogen is;' tn in 't volgend Jaar 1673 werden de over' heerde. Gewesten, door hun en de Munlïer-

fchëQ