Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wal, Wam, Wak.

nammg gelegenheid kan gegeven hebben. In het lat. balaena , en het gr. /3<*/u<i/>j of Qxhnwi , waarvan ons balein, fchijnt de eerde lettergreep even het zelfde woord te zijn. Op gelijke wijze wordt een ander foort van groote visfchen fleur genaamd, d. i. de groute, van het oude fleur, groot. Uual voor walvisch komt reeds bij Tatlaan voor.

WALVIS'CIJBAARD, zie walvisch.

WALVISCHBEEN, zie walvisch.

WAL VISCH VANGST, z. n., vr., der, of van de walvischv angst; zonder meerv. Het vangen der walvifchen. Hij is op de walvischv angst uit.

WAM, z. n., vr., der , of van de wam; meerv. wammen. Het flap hangende, huidachtige deel aan den hals , onder de kin, inzonderheid, bij het rundvee; nederf. auabbe. Bij dc leertouwers worden de buiken aan de vellen der dieren wammen genoemd; zoo ook de opengefneden buiken der visfchen, tot onder de keel; waarvan wamlluk. Voor wam bezigt men anders ook wraddel.

WAMBUIS, z. n., o., van het wambuis; meerv. wambuizen. Verkleinw. wambuisje. Zeker gedeelte van een manskleed , het welk men eertijds onder den mantel droeg, en dat het lijf tot aan de heur pen bedekt, en mouwen en korte fchooten heeft. Een wambuis is nu eene ouderwetfche dragi. Figuurl. , al'lengsïens in het wambuis komen , met den tijd zijn oo°> merk bereiken. Ook neemt men het, in de gemeenzame verkeering , voor het lijf , of den rug van een mensch ; van hier: iemand helder op zijn wambuis geven . afkloppen.

Wambuis, anders wambais, of wambes, wammes, nederf. wammes , hoogd. wamms, middeleeuw, lat. wambafium, gambefo, bombafium. Het is nog onzeker, of het van wam, voor het onderlijf, afllamme, dewijl het dit, voornamelijk, bedekt, dan of het, als een xütheemsch woord, van bombyx, moet afgeleid worden , daar het dan elke andere wollen kleeding zoude beteekenen.

WAMMEN, bedr. w. , gelijkvl. Ik wamde, heb ge-. Wa'md. Ontwenen, het ingewand uithalen. Visch wam-, men. ■

WAN, veroud. bijv. n., voor ledige ijdel: onder iep

ge-

Sluiten