is toegevoegd aan uw favorieten.

Nederduitsch taalkundig woordenboek.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

W e e. 117

vertrekken : fo fullcn wij onfe dochter nemen , ende wechtrecken. Bijbelv. Hoogd. wegziehen.

WEGTREUREN, onz. w., gelijkvl. Ik treurde weg, hen weggetreurd. Van weg en treuren. Treurende wegkwijnen : zij zal nog wegtrcuren. Oneigenlijk: de loom treurt weg. Ook wederkeerig: zij treurt zichweg.

WEGTREUZELEN, bedr. w., gelijkvl. Ik treuzelde weg, heb weggetreuzeld. Van weg en treuzelen. Te zoek treuzelen: daar hebt gij uwe naald weer weggetreuzeld.

WEGTRIPPELEN , onz, w. , gelijkvl. Ik trippelde weg , ben weggelrippeld. Van weg en trippelen. Heentrippelen : aanftoncls trippelde zij wederom weg.

WEGTROONEN, bedr. w., gelijkvl. Ik troonde weg, heb weggetroond. Van weg en troonen. Weglokken: waarom troont gij haar weg, en in haar yerderj ? ,

WEG VAARDIG, zie wegvaart.

WEGVAART, z. n., vr., der, of van de wegvaart; zonder meerv. Van weg en vaart. Bij Kil. eene vaart, eene reis, over den weg. Van hier wegvaar* dig, reizende: weghvaerdighman. Kil. — Plunderin* ge der wegveerdiger koopluijdcn. v. Hass.

WEGVAGEN, zie wegvegen.

WEGVALLEN, onz. w., ongelijkvl. Ik viel weg, ben weggevallen. Van weg en vallen. Van zijne plaats vallen: de bramjleng viel weg. Bijzonderlijk, uit het gelid vallen: toen mijn nevenman wegviel. Niet meer mede gerekend worden: die onkosten vallen weg.

WEGVANGEN, bedr. w., ongelijkvl. Ik ving weg, heb weggevangen. Van weg en vangen. Al vangende wegnemen: het wild is weggevangen.

WEGVAREN, bedr. en onz. w., ongelijkvl. Ik voer weg, heb en ben weggevaren. Vzwwegznvaren. Bedr., met vaartuig vervoeren : wie heeft dat goed weggevaren? Onz., met vaartuig vertrekken : toen zij wegvoeren. Van een fchip , heenvaren : wanneer zal de fckuit wegvaren ? Ook wel eens heenrijden: de wagen vaart reeds weg. Wij voeren met den Munjlerjchen wagen weg. Snellijk heenvaren: als de Engelen van haar weggevaren waren. Bijbelv.

WEGVEENEN, bedr. w., gelijkvl. Ik veende weg,heb weggeveend. Van weg en veenen. Al veenende wegnemen: al dat land is reeds weggeveend en tot wate>-.

H 3 WEG-