Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«38 W o t, j W o N.

wolvenprenten ontdekten ons, vaar het ondier zich ver* fenolen had.

WOLVENSPOOR, zie welvenprent.

WOLVERWEN, onz. w., enkel in de onbepaalde wijze gebruikelijk. Van wol en verwen. Bijzondere kleuren aan de wol geven, eer zij verfponnen, of verweven wordt : hij beflaat voornamelijk van wolverwen. Van hier wolverwer, uolverwerij, enz.

WOLVIN, zie wolf.

WOLZAK, zie wolbaai.

WONDARTS, zie wondheeler.

WONDBAAR, bijv. n., wonelbetarder, wondbaarst. Va.ti wonden, zie baar. Die of dat gewond worden ka'i: het verfchuiven van den helm maakte zijn voorhoofd, of hem aan het voorhoofd, wondbaar. Van hier wondbaar' heid. Zamenftell. : onwondbaar.

WONDE, z. n., vr., der, of van de wonde; mee-v. wonden. Eene kwetfuur des ligcluams : men h agi hem wonde op vonde toe. Hii ftierf aan zijne wonden. Boet met uw wonde en fmart miin dootwonde. Vond. Het verborgen houden eener wonde. Hooft* Wondi voor wonde, buijle voor buijle. Bijbelv. Een uitwendig gezwel: de wonde ftaat heel mooi, Eene fnartverwekkende aandoening der ziel: welk. eens wondevoor zijn vaderhart! De Koningin voedde die wonde. Vomd. Balfem voor iemands wonde, beteekent, opbeurende en troostelijk voor hem. Eene pleister op iemands wonde leggen, is, deszelfs leed verzachten. Iemands wonden opkrabben, zijn leed vernieuwen. Die wonde is ongeneeslijk, aan dat leed is geen verhelpen: nu in 't end de wonde gansch ongeneeslijk is. Vond. Oul. fprak men van achtbare wonden, d. i., die wegens hare groot* te en diepte, achting, of aandacht verdienden, en ge* fchouwd moesten worden. Van hier wonden. Zamcuftell.: wondarts, wondbalfem, wondheeler, wondijzer , wondkoorts , wondkruid , wondmaal , wonduleïster , wondpoeijer , wondteeken, wondwater, wondzalf, enz. Doodwonde, hoofdwonde, zielswonde, enz.

llfonde, hoogd. wunde, Ottfrid. en andereu w/nto, zweed, bane, ijsl. ban en jgen , kan men met Ade* lung verwant rekenen aan het hoogd. wuhne, een gat*

WONDEN, bedr. w., gelijkvl. h wondde, heb gewond. Vans wonde. Kwetfen : die man fioegh hem, flaende

en»

Sluiten