Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

230 AMSTERDAMS III. Deel,

een weinig agterwaarts, ftonden twee Kin^ dertjes: het eene, houdende in de hand een Boek, met het Opfchrift liber immortalitatis, het Boek der Onfterflykheid, fehreef daar in den naam des Staarsmans. Het ander Wigtje toonde een geopenden Gedenkrol; in 't midden daar van las men, pater patri/e, Vader des Vaderlands; aan de beide randen van den Rol hingen de Wapenfchilden en las men de naamen, als Grondleggers, Ilandhaavers en Verdeedigers der Nederlandfche Vryheid, van albert beiling, brederode, jakob simonszoon de ryk, hasselaar, teilingen, van der werff, l'espinoi, johan

van 0ldenbarnevelt en hooger-

beets. Uit eene der deuren, aan de voorzyde der Tombe, welke open ftondt, en rood geverfd was, zag men den Dood ten voorfchyn koomen, met opgeheevene feize, den Ouden Vader begrimmende.. Aan de agterzyde werdt de Onthoofding vertoond. Aan de rechterzyde van het Voetftuk las men deeze regels, van de Dichteresfe de lanoy.

De Dood moge angst en fchrik aan zwakke zielen geeven ,

Zyn opgeheeven Zeis doet noti; den wyzen beeven : Neen, zyn voort reflyk deel, zyn wezendlyk beftaan, Is boven kaar bereik en kan niet mei vergaan.

Tegen de flinkerzyde ftondt dit Byfchrift van joost van den vondel.

Dit

783.

Sluiten