Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«784

4 AMSTERDAMS III. Deed. . niemand, behalven Hun Hoog Mogenden, rekerffchap verfchuldigd was, nogthans, ten blyke van infchikkelykheid, zig niet zoude onttrekken aan het bloot 'leggen , voor Hun Ed. Gr. Mogende, van de redenen, die hem, eenigen tyd, wederhouden hadden van het zenden van Troepen naar de grenzen. Betreffende de Afte berigtte Zyne Hoogheid, aan de Heeren Gelastigden, hoewel dezelve niet beëedigd was, egter, al zedert eenigen tyd, voorneemens te zyn geweest, uit hoofde der ongegronde gerugten, deswegen verfpreid, dezelve niet langer onder zig te houden , maar een echt Affchrift daar van aan Hun Ed. Gr. Mogende mede te deelen; zo als nu ook , binnen weinige dagen, zou gefchieden. Diensvolgens zondtZyne Hoogheid de meergemelde Afte (a) , op den vierentwintigften van May, met eenen Brief, waar in dezelve verklaarde, zulks gedaan te hebben, „als een vernieuwde „ blyk van deference voor de verlangens „ van Hun Ed. Gr. Mogende, en in de „ onderftelling, dat daar uit zoude blyken „ de ongegrondheid der nadeelige gerucr„ ten, welke men, federt eenigen tyd, „ verfpreid hadt."

'tLiep aan tot in de Maand July, eer men eenig nader berigt ontving wegens deeze veel gerugt maakende zaak. Op den achtiten dier Maand vervoegden zig de

Af-

00 Men kan deeze M: van Confulenlfchap vinden in de Nieuwe Nederl. Jaarboeken, May i784, UI. 9G0. enz.

Men

cischtde

verwy-

derïng

van den

Hertog.

Sluiten