Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1796.

a8 AMSTERDAMS IIL Deel.

ftaanden voet, in hunne voorgaande posten te herftellen. In dit voorftel nam de Vergadering genoegen, onverminderd, evenwel, de noodige maatregelen tegen de zulken, welke, ondanks de onderteekeningvan het Declaratoir, naderhand zouden bevonden worden, daar in ter kwaade trouwe te heb» ben gehandeld. Het Declaratoir hier op aan de nog binnenftaande Burgers zynde voorgeleezen, gaf de Woordvoerder tot antwoord, dat de braaven onder de Artillerie hetzelve met plaifier zouden teekenen , en dat de anderen flegten waren. En hier mede vertrokken de Burgers uit de Raadzaal. Terftond daar op liet zig eene Commisfie uit de Bataaffche Clubs aandienen. Doch vermids, ingevolge des Befluits van het Provinciaal Beftuur van Holland, dezelve, als zodanig, niet kon worden toe* gelaaten, {ronden de leden, als byzondere Burgers, binnen. Een van hun, bet woord vraagende, las een Adres voor, gefield op naam van eenige duizenden Bataaffche Clubisten ; het behelsde , hoofdzaaklyk , eene Verklaaring „ dat zy, in de kapitaale „ zaak, de remotie van de gedecideerde ,, Stadhoudersgezinden, het eens waren „ met de braave Kanonniers deezer Stad, en dat zy wyders van den Raad vraag„ den, regt te doen aan de redelyke „ eifchen der Burgers, die het mee ,, deeze Vergadering eens waren". Op deeze verklaaring betuigde de Voorzitter zyne verwondering, over de verbeelding

der

Sluiten