is toegevoegd aan uw favorieten.

Verhandelingen van het provinciaal Utrechtsch genootschap van kunsten en wetenschappen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

94 VEIRAC, de Toevallen van d.

niet vroeger noch laater eindigen. Het tegendeel leerd elke Epidemie. De braakingen verdwijnen doorgaands terwijl de verdere toevallen noch aanhouden.

Ik denk aan mijne beloften (§. IX. No. 3.) hier mede te hebben voldaan, waar door tevens eenige andere onderftellingen in het voorige gedeelte van mijne Verhandeling zijn beweezen.

§. XLVI.

Het tweede foort van Toevallen onder den aanval zeide ik, af te hangen van de omftandigheden, welke eene bijzondere overweeging vorderen , zij worden allen door het geweld des hoest veroorzaakt, doch zij zijn niet zoo noodzaaklijk,'of de beftaanlljkheid derzelven vorderd eene voorgefchiktheid der deelen waarin die toevallen voorkoomen, gelijk van zelfs kenbaar wordt. Deeze zijn , 1. Breuken. 2. Uitzakkingen. 3. Tegenwillige ontlastingen, of zulken , die te vroegtijdig koomen. 4 Sommige toevallen van andere Ziekten.

§. XLVII.

Tot de eerfte, brengen wij de Navel-Lieschen Deibreuken van allerleie foort , welke,

door