Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B Ë R 1 d H f Ë N, fekz. 515

de ik voor ééne der voornaamfte oorzaaken van het verval der Staats-huishoudinge des Ryks. Ik heb, vooraf, reeds van 't gebrek aan bergwerken gehandeld. De Zilvermynen kunnen by gebrek aan hout, en de Göudmynen wegens gebrek aan menfehen niet bevorderd worden. Dit is de tweede reden, welke de Staatseconomie zeer verzwakt.

De derde oorzaak is het tegenwoordige fyftema der regeering. Alle magt is in hartden der Gefneedenen, welke eene onbefehryvelyke begeerte naar geld hebben, en 'er zo weinig van, als maar mogelyk is, onder de menfehen laaten ko^ men. Zy blyven geftadig in het Serail opgellooten, en bekreunen zig zeer weinig over het Volk. Gevolglyk blyven de groote fommen, in hunne handen vallende, begraaven, en hebben geenen invloed op het wezenlyk beloop des Staats. En zo kan 't volk, even als te vooren, de Keizerlyke laften onmogelyk betaalen.

Den voornaamften en doodelykften fchok krygt, e.ndelyk, de Regeering door zo veele oorlogen, die de Porte met groot verlies heeft gevoerd. Zelden of noojt maakt ze zulken buit* als voordezen, en welke de voordeeligfte bron dezes Ryks was. De Perfiaanfche oorlog inzonderheid heeft onmeetbaare fommen verflonden, welke de inkomften verre te boven gingen, eü de Staats-oedonomie in den naarften toeftand Kk2 brag*

Sluiten