Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alg opdragt des lands.

V. Maar wilde men zich aan Engeland niet opdraagen, toen Frankryk weigerde?

A. De Engelfche Koningin elisabeth , weetende, dat fommigen daartoe neigden, fchreef den staaten , dat de onderhandeling met Frankryk haar fpeet; doch dat haare zugt tot 's Lands .behoudenis was toegenomen. Dit was genoeg gezegd. Toen men daarop de opdragt aan haar befloot , in den jaare 1585, durfde zy er niet toe overgaan, uit vrees voor Spanje ; maar beloofde onderftand Deeze {taalkundige VorfHn zogt dus midden door te zeilen. Zy wilde niet , dat wy ons aan Frankryk zouden overgeeven, maar weigerde ook ons openlyk aan te flaan , zorgende alleen , dat wy niet geheel verlaaten werden. Dus floegen twee gekroonde Hoofden eene zaak af, waarover zy zich thans geen oogenbük zouden bedenken. Wy moeten dit verwonderlyk bellier der Voorzienigheid altoos met de hoogde dankbaarheid her. denken , dewyl wy er een vry Volk door .eworden zyn. Voor het zenden van zesduizend Soldaaten, van eenen Overften en twee Heeren, die zitting zouden hebben in den raad van staaten; en onder voorwaarde van eenige Schepen ter haarer hulpe uit te rusten en zonder haare voorkennis met te handelen met den vyand , gaf men haar Vlhrm°en , Rammekens en den Briel te pande. J 5 Om

Sluiten