Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jaars 1632 werdt de Doorlugtïgè Schoole met èënè plegtigè redevoering ingewyd door den evengenoemden Votfms. De Drosfaard Flmft, die onze Stad met zuik eene Schoole geluk wenschte , vermaande dezelve te gelyk niet onaartig, dat zy by dit tweetal uitmuntende Mannen den overgrooten Huig de Groot moesteh voegen j die onlangs m ftilte herwaards gekomen was; Doch de gemoederen waren in deeze Provincie nog te veel verhit-, óm deezen Man in het Land te dulden, en de Nyd, die hem geduurig aangrimde , rustte niet, voor dat hy zig weder van hier begaf, om elders in de luisterrykfte bedieningen zyne kundigheden ten toon te fpreiden, enden hoon en fmaad , hem door een ondankbaar Vaderland aangedaan, met groötfche weldaaden te vergelden.

De Doorlugtige Schoole b welkers opkomst wy tot dus verrë kortelyk aanteëkendën % ftaat op den Oudezyds - Voorburgwal^ aan de oöstzyde , tusfehen de Agnietenftraat en het Oudezyds Heeren-Logement. Men treedt'er in door eene fraaije hardfteenen Poort, in welker Frontefpies het Stads wapen ftaat * boven het jaartal 1Ó31; en op de twee deuren ziet men den naam van het Gebouw, Atheneum IllUstre. Door deeze Poort komt men op eene ruime plaaats, en vandaar in de Oude Kerk van het St. Agnieten Klooster, dat in drie deelen onderfeheiden is. Het onderfte, dat zynen ingang heeft op den Oudezyds - Agterburgwal, is een Pakhuis van de Admiraliteit. Het middelfte is de gröote en kleine Gehoorzaal, en het bovenfte de Boekery. De groote Gehoorzaal is een langwerpig vierkant vertrek In 't westen ftaat de Profesforaale Stoel, en rondsom zyn nette Geftoeltens voor de Curatoren, Regenten, Profesforen > Predikanten en andere Leeraaren. In 't ruim van 't Vertrek ftaan zeven Banken voor de Studenten en verdere Toehoorders. De Wanden zyn verfierd mêt fraai gefchilderde af beeldzeis van de bëroemdfte Mannén , met naamen Laurens de Medicisi Grotius, Aidegonde, Oldemarneveld, Hoogerbeeis, J. de Hooft, D. Heinfms, Ca/au-

bonrn, de beide Scaligers \ Salmdfiüs , Eramus, Frobenius^ Luther, Melanchton, Beza$ Calvinüs, Mortis, Guaiterus, Buchanmuis, Thuanm, Jmius, Janus Douza, Lipfitis; Baudim, Vojjius, Barlam, Vondel, Cujacm, Barclai, Cartefius, Enternet ski, Graeyias, Janus Secundus, Hwgflraaten, AntonideS, Machiavel, Torquato Tafo, Uitenbogaart, Episcopius» Brand, D. Volkertz Coomhart, en anderen, welke af beeldzeis onlangs door den tegen woordigen Bibliothecarius, den Heerp ^erheyk, in eene zeer gepaste rangfehikking zyn geplaatst, zynde tegeiyk onder ieder derzelven een langwerpig bordje gevoegd, waarop de naam met gulden letteren gefchreven ftaat. Deeze afbeeldzels benevens eene groote koperen Plaat, met de overblyfzels van 't oude Palmyre befchilderd, en tweë fraaije borstbeelden van Julius Cofor en Cicero, zyn door den Heere van Papënbroeck aan deeze doorlugtige School vereerd. De gedagtenis van dit géfchenk heeft de beroemde Petrus Burmmnus Sec., met een fraai Latynsch vers vereeuwigd, 't welk op een Tafreel in dezelve groote gehoorzaal ftaat uitgedrukt, Deeze aanzienlyke verzameling van afbeeldzels van de bëroemdfte Mannen, welke hiers als zo veele treffelyke voorbeelden ter navolging worden voorgefteld, is vervolgens vermeerderd met de Beeldtenisfen van den beroemden ontleedkundïgen Ruhch, den grooten Dichter en Redenaar Francius, en van de beide Broeders Joannes en Petrus Burmanhus Secundus, welke Pourtraiten door de Familiën aan de Doorlugtige Schoole zyn vereerd geworden» en Iaatftelyk met de afbeeldzels van Boerhaave, Nieuwentyd en Coccejus, welke door de Heeren Hbvitis, Gales en Verheyk, ten gefchenke gegeeven zyn.

Agter de gróote is de kleine Gehoorzaal, daar de Curatoren en Profesforen byeenkomen, eer zy alhier verfehynen. Ook worden hier lesfen gegeeven door den Lettor in de Wiskunde, Zeevaart ert Stërrekunde* Boven deeze twee Gehoorzaalen is de Stads Bibliotheek of Boekery, welke, fchoon geenzihts beandwoordende aan den luister der Stad» egter nog al beter is* dan men dikwils van dezelve opgeeft. En gelyk de aanzienlyke Bibliotheek van Leiden eenen aanvang nam met twee Boeken , door Willem den Pfen. ten gefchenke gegeeven, zo is ook deeze Boekery haaren oorfprong verfehuldigd aan eenige weinige gefchenken, erfmakingen en giften by de Leevenden,

E e &

Sluiten