is toegevoegd aan uw favorieten.

De broeders, tooneelspel.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ii8 DE BROEDERS,

wernau, angftig rondziende. ó Myn broeder! myn broeder!

s ofi a.

Wilt gy my verftoten, welaan, doe het: ik moet het verdragen; maar ik bezweer u, zo waar de maan boven ons zweeft! ik ben onfchuldig. (Zy gaat wenende zitten.) wernau, tegenover haar.

Ddt was geen begoogcheling, neen, zowaar'er een God is! deze taal misleidt my niet! (Ily gaat by kaar.) Sofia !,.. Sofia !.,,

sofia,

Ik 'kan my thans niet verdedigen; maar myn vader zal het, myn broeder zal het, en zelf Amalia zal voor my fpreken. (Zy ftaat op.) Ja, verflom vry; deze vreugd wilde ik u verfchaffen, u aan haar bed voeren, waar gy haar wederzien zoudt.

wernau.

Amalia leeft?

sofia.

Zy heeft flechts eenige uuren in een fterke onmagtgelegen. De doktor befpeurde federt twee uuren eenige verandering aan haar: dit kwam hem vreemd voor; hy beproefde eenige middelen , en zy floeg de oogen op.

wernau.

Hoe is die mogelyk? Hoe kan dat zyn ?

s o f ia.

De doktor houdt echter nog ilaande dat zy vergif ingenomen heeft; doch het moet zeer zwak en flechts bedwelmend geweest zyn.

wer-