Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

*795 J)cn 11 Maart.

C 238 )

Geiykheid. Vryheid. Broederfchap.

Extract uit het Regifter der

Refolutien van de Hoog Mog. Heeren Staaten Generaal der Vereenigde . . Nederlanden.

Mercurii den 4 Maart 1795.

Het eer/te jaar der Bataaffche Vryheid.

Is gehoort het Rapport van de Burgers de Neufviile, en andere haar Hoog Mog. Gedeputeerden tot de zaaken van de Placaaten én Reglementen, hebbende, in gevolge en ter voldoeninge van derzelver Refolutie commisjoriaal van . den 2.6 February laatstleden, geëxamineert de Refolutie van de Provifioneele Repreefentanten van het Volk van Holland, ten zelve dage alhier ingebragt; houdende, de reedenen Waarom zy vermeenden dat het Collegie van den Raad van Staaten zoude behooren te worden vernietigt, en in deszelfs plaats een Committé tot de algemeene zaaken van het Bondgenoodfchap te Lande aangefteld.

Waarop gedelibereert, en in agting genoomen zynde, dat het van het hoogfte belang is, dat haar Hoog Mog. haare attentie vestigen op de Landmagt van den Staat, en • op de verdere algemeene Adminiftratie van zaaken, daar toe betrekkelyk, die op den tegenwoordigen voet al mede niet langer kunnen worden gaande gehouden; dat de Charge van Capitein-Generaal op den 16 February laatstleden, by Refolutie van haar Hoog Mog. zynde vernietigt, er derhalven zonder uitftel voorzieninge omtrent den Raai van Staatenbehoord te gefchieden, ten einde de gewigfigi direétie van 'fi Lands Magazynen, Arlenaalen, Hospitalen, Fortificatiën, Frontieren, Militie, en het geen daar toe verder relatie heeft, onder behoorlyk opzigt woi$ gebragt, zodaanig, dat daar van het bedoelde effect v# den Lande met grond kan worden te gemoet gezien:

En verder geconfidereert zynde dat het Collegie van den Raad van Staaten, in Naam nog wel exteert, doch in de daad geheel nutteloos is geworden, al was het om geene andere reeden, dan dat het getal van deszelfs Leden regering is, en zig daar in nog Perfoonen geplaatst vinden, die» naden gunftigen keer van zaaken, voor de Republicq? daar in met geen goed hart kunnen werkzaam wezefl» en wier bezigheden ook te veel en te omflagtig zyn, dan dat het met eenige waarfchynfykheid kan veronderfteld worden, dat dezelven ooit aan het geen daar te verrigten ftaat, zouden kunnen beantwoorden:

Dat boven dien. al exteerde die redenen "niet, de

Raad

Sluiten