Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 3*0 )

aangefteli, en kannen derhalven daar aan-, zonder hun een grievend ongclyk te'doen, niet onderworpen gemaakt worden.

Daar daan de gezamentlyke Leden der Gemeente', tegenwoordig, het Uechtniét hebben, hunne Ministers, arbitrairlyk, af te danken; en het hun zelfs ongeraden is, dit Recht, voor 't vervolg, in te voeren , zoo volgt daaruit , dat deeze afdanking en remotie niet gefchieden kan, zonder de wettigheid daarvan, met goede redenen, te kunnen demonftreren; en dus meae, dat 'er een Rechter diene'te zyn, die over de geallegueerde redenen • kan öordeelen ;en uitfpraak doen.

Een Predikant, Minister of Herder van eenig Godsdienftig Genootfchap is en blyft, als Burger befchouwd, gelyk ftaande met alle andere Burgers, hebbende, als zoodanig, dezelfde Rechten, en deze fde Phg en. Indien dan een Dienaar eèner Godsdienftige Maatfchappy , welke dezelve ook wezen moge, zig tegen deeze Rechten en Pligten misgaat; of indien zyne Gemeente oo deelt, dat hy daar tegen misdaan heeft; dan is het klaar, dat deeze zaak behoort tot detigewoonen Burgerlyken Rechter, die alleen bevoegd is, daarop een Rechterlyk onderzoek aan te ftellen, en naar bevind van zaken uitfpraak te doen.

Maar indien een Predikant, of Godsdienftig Minister van eenige Gemeen, te zig misgaat tegen die pligten, welken hem , in die qualiteit zyn opp leed, en door hem aangenomen zyn te vervullen; en welke misgangen derhalven door niemand begaan kunnen worden, dan door een Bedienaar van

die Gemeente: of indien eene Gemeente oordeelt, dat hy zig aan

Eulke misdragingen mogt hebben fchuldig gemaakt,- — In zulk een geval fchynt' deeze zaak niet te behooren tot de cognitie van den Burgerlyken Rechter- ten ware misfehien aan iemand zaken waren of wierden opgelegd, ftry. dig'met de Rechten van den Mensch en van den Burger, en die derhalven zouden moeten verklaard worden, firn natura, nul te wezen.

Mén fchynt dan in dit opzlgt te moeten concluderen, dat wel ja! de fchikking deezer zake aan de Gemeenten zelven moet worden gelaten; dog Cvoor zoover de handhaving van de rust, de vrede, en gezamentlyke Broederfchap aan de Reprefentanten van het ganfche Volk is toebetrouwd, en alzo ook mede de voorzorg ter voorkoming van alle verongelykmgen van den eenen Burger omtrent den anderen ) dat het voor zoo ver ook vaa der Reprefentanten Departement is, de zaken daar henen te dirigeren, dat eene Gemeente, of de Gemeenten, die verkiezen met malkander eene gemeene zaak te maken, bedagt zyn , op zoodanige fchikkmgen , als welkt vereischt worden , tot voorkoming van alle verongelykmgen, partyfehappen, en onrust, die huiten uvyfel in de Burgerlyke Rust zouden kunnen fnflueren- En dat die Gemeenten ten dien einde eene Rechtfpraak delegeren, die in tyd en wyle, wanneer 'er gevtllen van deezen aart zouden voorkomen, iwel alleen in qualiteit van Arbiters, dog echter met effect, zoude kunnen uitfpraak doen, 't zy tot dimisfie, 't zy tot een langere of kortere fuspenfie, waar naar Partyen zig zouden moeten regulereni zoodanig, dat zy, die de fondfen van zulk eene Godsdienftige Maatichappy admimftreren, zig ook daar naar, ia het fufpenderen der betaling van de geftelde remuneratie, of in derzelver ophouding, zouden dienen te gedragen.

En alzoo kom«n de Ondergeteekenden tot de confideratien op de tweede vraag, wel generaal alle Godsdienftige Genootfchappen, maar vooral fpeciaal die Gereformeerde Predikanten betreffende , omtrent welker betaling uw Committé eigenlyk de directie heeft; namelyk: wanneer er eene remotie of fufpenfie van betaling, omtrent een Predikant, plaats heeft, of dan daar vm geen Itgale kennis behoort tt worden gegeven, t zy aan net Lommitti van Algemeen Welzyn, 't ty aan den Ontfanger der Kerkelyke Goederen yan het Resfort? efee wel aari die genen, welken, dit het daartoe geaffsttetrdt fonds zoodanig een fniikant, ef Kerkelyk perjoon, gewoon is te betalen?

- Uw

Sluiten