Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i September 1795-

C 20 >

Tissot is een Landplaag, die meer verwoeftinger. aar recht, dan alle de kwaaien, die ik befchreven heb. - Het heeft my duizenden maaien fmértelyk gegriefd, en ik ben onnoemelyke reizen ooggetuige geweest, dat ziekten, die zeer ligt te geneezen zouden geweest zyn, door de behandeling van die onkundige knaapen, doodelyk zyn geworden. En zy zyn nog op eene andere wyze fchadelyk, door naamelyk een groot gedeelte gelds uit het Lmd te floepen en 's jaarlyks eenige duizenden gulden tc onttrekken van die logezetenen, voor welken het geld, benevens hunne gezondheid, het dierbaarfte is. Ik heb zeer dikwyls met fmerte den Boer en Ambachtsman, ontbloot van bet noodzaakelykfte levensonderhoud, geld zien leenen, om tot een duuren prys het vergif te koopen , dat gefchikt is om hunre ellenden tot den hoogllen top te doen ryzen, door hunne kwaaien te verzwaaren, en meenigrraal door hen in kwynende ziekten te werpen, die hun gantfche huisgezin tot den bedelzak brengen. — Een onweetend, bedrieglyk, leugenachtig en onbefchaamd mensch, zal fteeds in ftaat zyn om het dom en ligtgeloovig Gemeen te misleiden, het welk, daar het onbekwaam is om over iets te oordeclen, of iets naar waarde te fchatten, eeuwig bedroogen zal worden, door al wie de langheid en onbefchaamdheid heeft, om zyne zinnen door een prachtigen ftoet, een geborduurden rok, een fchreeuwend gezwets , en tytels en geloofsbrieven zonder eenig gezach , te beguichelen, zoo lang men die dulden zal. — Maar moest dan niet de Wet, moest niet zyne Overheid, zyn Voeflerheer, Befcherrner en Vader hem aan dat gevaar onttrekken, door den ingang in het Land, daar hec Volk dierbaar en het geld fchaarsch is, ftrengelyk te verbieden aan die fchaielyke Bedriegers, die het eene vernielen en het andere iveg/leepen, zonder 'er ooit het minde voordeel aan toetebrengen ? — Kunnen zulke wigtige redenen toelaaten het verbannen van die verderflyke wezens langer uitteftellen, terwyl 'er niet de geringde reden is om hun eenen vryen ingang en verblyf te vergunren? —. Indedaad, de ftruikroover, die op het midden van 's Heeren weg moort, laat ten minften nog dezen dubbelen toevlucht over van zich te verweeren en van ontzet te worden; maar de vergiftiger, die zich van het blind vertrouwen van den onkundigen Lyder, op eene bedriegelyke wyze; meester maakt en hem omhals brengt, beneemt hem beide die kanfen, en is dus veel gevaarlyker en zoo veel te meer itrafbaar.

Verder behoort hiertoe de zorg over het invoeren, verkoopen , uitventen, bereiden, vervalfchen en leeveren van droogeryen, kruiden, fcheikundige bereidingen en andere medicynen, het maaken van goede voorfchriften en winkelboeken voor Apothekers, het behoorlyk fchouwen van derzelver en van Chirurgyhs winkels; en wat is hier niet al meer toe te betrekken? — lk weet zeer wel dat men daaromtrent', gelyk ook omtrent veele byzonderbeden van dit en de voorige Artykelen, of algemeene, of in veele lieden byzondere, zeer goede wetten, keuren en ordonnantiën heeft. Maar zyn zy van de vereischte kracht en ftrengheid? — Worden zy behoorlyk in acht genomen? — Worden zy naar vereischte gehandhaafd? — Geraaken zy niet dikwyls door het verloop van tyd in vergeetenheid en onbruik? — En is niet dit, of de onweetenheid van de uitoeffenaars der wetten, die niet op alles letten, noch van alles kundig zyn kunnen, meenigwerf de oorzaak dat zy niet opgevolgd worden? —, Ondertusfchen hoe gevaarlyk is niet verzuim omtrent dat alles! Hoe veele onheilen zyn 'er niet uit voortgefproten? — Met fchrik en yzing vertegenwoordig Ik my hier nog de woedende fmerten, de vreesfelyke folteringen en worftelingen, waarmede ik ellendig heb zien fterven een braaf Chirurgyn , een myner vrienden, die, in plaat» van twee greinen braakverwekkende Wynfteen, door een ander Doctor in myn afwezen hem voorgefchreven, naar ik gis , wel dertig greinen 'er van had ingenomen, ter oorzaake van de onkunde van een ^pothekers vrouw , die het voorfchrift had klaar gemaakt? — En hoe meenigvul.lig zyn niet de voorbeelden, die ik zou kunnen bybrengen, van Lyders, ongelukkig geworden of vermoord door kwaade bereidingen, vervalfchingen, verkeerde toediening van artfenyen ; alleen omdat de keuren, de ordonnantiën, die daar omtrent zyn, verwaarloosd worden. — Maar behalven dat, hebben zy in alle ftcden plaats? Gewisfelyk niet. — Voor het jaar 17^7 hadden de Vaderlandfche

Ge-

Sluiten