Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 33 3

Terwyl vérder geduurende den loop der deliberatien op de extenfie van eenige artykelen reflexie is gevallen, en wel fpeciaal op het 100. en 101. het 3de Hoofdrtük, by welke gelegenheid de Praefident eene Commisfie heeft geproponeerd, om daarvan eene nadere extenfie te formeeren, meer overeenkomfiig met het Hollandfche Plan, van 24. July, en het Decreet van 15. Oclober; alsmede om nategaan, of agter Art. 78. niet zou behooren bygevoegd te worden; dat de Nationaale Conventie het recht van requifitie zoude hebben van alle jonge Lieden, zO voor de Zee- als Landdienst, en tot die Commisfie voorgedraagen de Burgers Paulus, van deKafteele, Wifelius, Fynje, Fennekol en Buys, waartoe by de Vergadering is beilooten, en op eenftemmig verzoek van dezelven nog daarby gevoegd, den thans fungeerenden Praefident Hahn.

Aan welke Commisfie almede is opgedragen:

1. Om nategaan, welke bepaaling van ftraf, by Art. 55. zou dienen gevoegd te worden, ingeval een verkooren Repraefentant weigerig blyft dien Post aanteneemen, offchoon de by dat Art. gefielde Commisfie, zyne redenen van weigering niet voldoende oordeelde.

2. Om de gedaane propofitie van den Burger Rofenberger, ter gelegenheid van de deliberatie, op Art. 57. gedaan, te examineeren, namelyk:

„ Of het niet noodzaaklyk zoude zyn, dat geene Leeden in de Conventie verkooren wierden , die alleen uit Volksvooroordeel, om hunnen ftand eenen zekeren invloed op het Volk „ verkrygen kunnen, hetwelk ontegenzeggelyk tot nog toe in „ ons Land ten opzichten der Geesteiyken plaats heeft, waarom „ hy voorftelde, dat geene Geesteiyken, van welke fecle de11 zeiven ook zouden mogen zyn, tot Leden van de Conventie „ zuilen mogen verkooren worden".

3. Om van Art. 79. als niet fchynende te tfrooken, met den waaren Republikeinfchen geest, eene andere extenfie te formeeren.

4. Om insgelyks aan Art. 05. eene meerder duidelyke extenfie te geeven.

5. Om -by de te formeeren nadere extenfie, van Art. 100. en 101., tevens te overweegen, of het niet beeter zoude zyn, dat daarin uitgedrukt wierd, „ welke zaaken aan het Provintiaal Be„ fiuur zouden moeten en behooren verbleeven te worden; en „ zo ja de opgaave daarvan alsdan aan de Vergadering te fup„ pediteeren".

6. Om insgelyks by eene andere te formeeren extenfie van Art. 108., de ambiguiteit in het laatfte gedeelte van hetzelve Art. refideerende, wegteneemen.

7. Om ten opzichte van Art. 116. in confideratie te neemen, of, in plaats van de daarby gerequireerd wordende meerderheid van twee derde der Leden, niet eene andere bepaaling zou kunnen worden gemaakt, als by voorbeeld, dat tot beflisfing van zodanige poinclen , niet dan met de meerderheid van alle de benoemde Leden voor de Conventie zou kunnen gepro-

X ce-

2 November 1795-

Sluiten